De gemeente gratie - pagina 636
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TWEE LEVENSSFEREN DOOREENGEMENGD.
632
bestaan,
ja, in
wien de Wijsheid Gods lichamelijk woont. En
dit alles
komt
het Nieuwe Testament volstrekt niet als een fonkelnieuwe openbaring
in
voor,
maar
slaat duidelijk terug op hetgeen reeds in
Spreuken 8 en
elders,
ook in de dagen des Ouden Verbonds geopenbaard was over de persoonlijke Wijsheid, die van eeuwigheid af gezalfd
was geweest.
De ongereformeerde, halfslachtige orthodoxie van het laatst der 18^« en het begin der 19^^ eeuw heeft dit stuk der Openbaring wel niet geloochend, maar
weg mede geweten, en
het daardoor misvormd. Ze drong van Bethlehem naar de Schepping terug, maar concentreerde deze Goddelijke machtsverhoudingen van het Eeuwige Woord op het „heilig er geen
niet
Kind Jezus"
in zijn
menschelijke verschijning, en had er lust in
bij
de
kribbe van Bethlehem zich uit te putten, in hoogdravende zins verbindingen,
wat des Scheppers is toepasten op het creatuurlijke in den Heiland. Dat „Kindeke in de kribbe" had de wereld geschapen, door dat „Kindeke in de kribbe" werd de wereld in stand gehouden, en straks stierf voor die
haar besef God, terwijl Hij de wereld droeg, als Jezus, aan het kruis. Dit
verhep natuurlijk in magische vertooning, waarbij niemand zich laat staan gevoelen
kon, tot
men
iets
denken,
ten slotte gevaar hep, staande
bij
de
kribbe, in creatuuraanbidding, dien gruwel voor elk Gereformeerd hart, te vervallen.
Men
wel willen gelooven dat ook ons niet onbekend
zal
zijn
de over-
brengingen van wat van den Tweeden Persoon geldt op den Middelaar
na
zijn
we zeer wel weten, hoe er ook in de Heilige van uitdrukkingen voorkomen, waarin op den Christus d. i. op
vleeschwording, en dat
Schrift tal
den Gezalfde, en dus op den Verlossingsmiddelaar, heihgheden worden over-
hem worden uitgesproken, die essenvan het Eeuwdge Woord gelden; maar dit is heel iets anders,
gebracht, en hoe er heiligheden van tieel alleen
en houdt alleen de waarheid staande, dat het Ik van den Middelaar steeds hetzelfde Ik
is
en
blijft
van het Eeuwige Woord,
iets
wat onze vaderen
tot
komen door de uitdrukkelijke belijdenis, dat het Eeuwige Woord, dat de Tweede Persoon, bij zijn vleeschwording, niet een menschelijken persoon met een eigen menschelijk ik, maar onze menschelijke natuur zijn
recht lieten
om op de volkomen Zoon en het Ik van het Eeuwige Woord,
heeft aangenomen. Niets in ons denkt er dan ook aan, identiteit
ook maar
van het Ik
in Maria's
iets af te dingen. Maar hetgeen waarin deze halve orthodoxie was heel iets anders. Zij keerde de orde om. Zij ging niet uit van het Eeuwige Woord, om diens openbaring ook in het Kindeke van Bethlehem te zien, maar ze ging uit van de kribbe als zoodanig, van den mensch Jezus Christus, en sprak nu van dien mensch Jezus Christus uit, wat nooit aan het creatuurlijke, ook niet aan den mensch Jezus toekomt, maar alleen
verliep,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's