De gemeente gratie - pagina 336
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET OPTREDEN DER GELOOVIGEN IN DE WERELD.
332
daad van God, die in de kiem en kern van zijn persoon alle gevolg der zonde en der zondige afdoling op eenmaal en ten eenen male, vernietigt, dat doode ik levend, dat zondige ik heilig
stelt,
en dat op zoo doortastende
en doordringende wijze, dat terugslag in de zonde
herboren mensch, overmits het zaad Gods
is
hem
in
afgesneden, en deze blijft,
meer zon-
niet
digen kan. Deze regelrechte daad van God rekt zich niet door
ze is
tijd,
aan geen enkele voorbereiding gebonden, bezigt niet één enkel middel, en is in niets van den mensch zelf afhankelijk. Het is de vrijmachtige God,
eeuwig Raadsbesluit, deze daad
aan
die
overeenkomstig
elk
zijner uitverkorenen volbrengt, en in allen volbrengt op gelijke wijze.
zijn
te zijner tijd
Deswege is deze daad Gods een daad van uitsluitend particuliere genade. En waar nu straks op deze eerste grondleggende daad, op deze daad van herschepping, allerlei nakomende daden volgen, om het alzoo „nieuw geschapene" (Epheze 2 10) in stand te houden en tot verdere ontkieming en ontplooiing te brengen, wordt zeer zeker het herboren ik medewerkend, en treden allerlei krachten, van ter zijde, als middelen in, waarvan God zich bedient, en zich zijn kind laat bedienen, maar in hoofdzaak blijft de stuwkracht., die uit het „zaad Gods, dat in ons blijft," de plant met haar bloem en vrucht doet opstijgen, opkomen uit diezelfde particuliere genade. In dien zin is het God die u niet alleen wederbaart, maar ook bekeert, maar ook het geloof u schenkt, maar ook u heiligt, maar ook eens u verheerlijken zal. Dit alles toch vormt saam één heilig werk, dat niet deze aarde, maar den hemel, niet dit leven onzer worstelmg, maar het rijk der heerhjkheid bedoelt. Reden waarom het dan ook geheel hetzelfde blijft, of God de Heere deze verschillende werkingen alle saamtrekt in één punt :
des
tijds bij
iemand die terstond na
zijn
bekeering
en deelt over zeer onderscheidene jaren
om nog
heeft, licht
bij
wel ze spreidt hij
gesteld
een halve eeuw en meer in het schijnsel van het hooger
op deze aarde
Maar
sterft, of
een ander, dien
bij
te
wandelen.
deze regelrechte daad Gods, die
al valt ze in
daden van her-
schepping, instandhouding en ontplooiing uiteen, toch in den grond slechts
één enkele daad
is,
komt nu
de tweede plaats een daad van zelfreini-
in
uw wedergeboorte, die voor geen grein uw eeuwige redding, maar die strekt, om u, zoolang zijt, den naam van uw God te doen verheerlijken door
ging, die niets af of toe doet aan iets toebrengt aan
ge hier op aarde
betoon van een Godzalig gemengd werk, d. i. een werk het
komt, steunt en
Jac.
maar moet uzelven 4
in
en aan
nu
uw
is,
gelijk vanzelf spreekt,
persoon, waarin
God u
een
voor-
waarin andere kinderen Gods u ondersteunen en
waarin toch de hoofdactie altoos moet uitgaan van uzelven.
helpen, Gij
bezielt,
leven. Dit
:
9,
iets
reinigen.
waarbij
het
Reinigt de harten, opmerkelijk
is,
dat
o, zij
zondaars, heet het in die
zich
te
reinigen
hebben, hier als „zondaars", en niet als „geloovigen" worden aangesproken,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's