In Jezus ontslapen - pagina 163
-BEKLEED MET REIN EN BLINKEND FIJN LIJNWAAD ",
147
Yooral zij wier hart het meest voor zinlijke zonde openstoud, zeggen daar zoo van ganscher harte ja en amen op. Hun lichaam, hun vleesch en bloed, heeft bij hen levenslang de rol van de verleidster vervuld. Door die zonde sloop Satan telkens in hun ziel binnen. In hun beste oogenblikken hebben ze hun eigen vleesch en bloed gehaat en gevloekt. En nu voor altoos van dat lichaam af te komen, en enkel geest bij God te zijn, dat moet immers de zonde van hen en hen van de zonde scheiden. En daarom is dit korte zeggen hun genoeg, verder denken ze niet. ,
En
toch, het kan
Of zeg
iiiet
waar
zijn.
de springader der zoude dan niet in Satan? Is ze niet uit Satan ons toegekomen? Is Satan dan niet enkel geest geschapen om nooit anders dan geest te zijn ? En toont dit dan niet dat ook gij straks enkel geest geworden op zichzelf en zonder meer, zeer wel nog voor zonde iu uw hart koudt zelf,
ligt
,
,
,
,
openstaan ?
En meer nog, uw dood tot den
ge zijt als mensch toch niet bestemd, om na einde toe zonder lichaam te blijven? De belofte ligt er immers, dat „de ure komt, dat allen die in de graven zijn de stem des Zoons van God zullen hooren, en zullen opstaan", en ook, dat „Christus alsdan ons vernederd lichaam zal gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam, door de kracht waardoor hij ook alle dingen aan zichzelven
onderwerpen kan ". Was nu het lichaam uw vijand met wat angst zou het denkbeeld u dan niet vervullen moeten, dat dat licliaam straks terugkomt ? En hoe zou alles in u dan niet moeten begeeren dat ge eindeloos enkel geest, loutere, reine geest mocht kunnen blijven. ,
,
Zoo zou dus het kwaad niet in uw lichaam als zoodanig, maar in uw zondig lichaam moeten schuilen. Maar een zondig lichaam wat is dat anders dan het lichaam weer in verband nemen met uw in zonde hangende ziel? ,
Of
ge zeggen, dat het zondige van het lichaam schuilt vernederde lichaam? Maar weet ge dan niet, dat uw Heiland datzelfde vernederd vleesch en bloed heeft aangenomen, en dat Hij toch geen zonde gekend heeft? in
zult
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's