De gemeente gratie - pagina 494
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
490
VLOEK EN SCHEPPING.
dan ook
niets
Veeleer bleek het volkomen te worden gehandhaafd.
af.
Alleen maar, en dit ontsloot ons een nieuw^ gezichtspunt, ons bleek, dat hierin uitsluitend het karakter des lijdens bestaat, dat er in het karakter der ellende nog een geheel andere trek valt op te merken, en
niet
dat het een miskennen van de stellige openbaring der Heilige Schrift
men dezen
zoo
geheel anderen karaktertrek liggen
onmisbaar bestanddeel opneemt
laat,
en
is,
een
niet, als
beschouwing. tweede karaktertrek van de ellende des lijdens, bleek hierin te bestaan, dat het lijden een Gode vijandige macht is, waartegen God strijd in zijn
Die
en die dan eerst geheel zal
voert,
zijn
ten onder gebracht, als in het
dooden van den Dood, „de laatste vijand"
worden
zal
te
Voorts bleek ons, dat dit Gode vijandige karakter des lijdens
En
vindt in den vloek, waaruit alle lijden voortkomt.
van God tegen
van Satan
De
lijden,
in valt
op
zijn
oorsprong hoezeer
eindelijk, dat,
deze vloek ons onder Gods heilig bestel overkomen zijdelingsche werking
niet gedaan.
er niettemin een
is,
merken, die ons den
te
strijd
ellende en dood eerst ten volle begrijpelijk maakt.
gevolgtrekking, die hieruit voortvloeit, dat derhalve ook
Gods
„geliefde
kinderen," als navolgers Gods, een onverzoenlijken strijd tegen alle lijden,
en alle ellende, en allen dood hebben aan te binden, laten
Eer we
voorshands rusten.
eerst nader onderzocht, hoe het te verstaan
ons naar Gods
zijds
Gods
wil, als iets
Indien
om
en het bestuur onzes Gods „tegen
dat hetzelfde lijden, eener-
is,
ontferming
zijn
strijd voert.
Pelagiaansch in ons hart waren, en er daarom niet
zoo licht toe overgingen,
We
Pelagiaansche denkbeelden omtrent het bestel
Gods wil", en toch de ooren hebben geklonken.
te koesteren, zou dit „naar
Gods wil" ons nooit
als
tegenspraak in
zouden dan verstaan hebben, dat Gods doen, hoezeer zich
openbarend, toch altoos een eeuwig doen
noch broksgewijze, maar steeds
samenhang moet worden stelt
men
zich het
is,
Dat
we
in
den
tijd
en daarom nooit stuksgewijze
in zijn geheel
bezien.
steeds heeft gewild, en waartoe
daarentegen
daarbij
wil overkomt als vergelding, en toch anderzijds tegen
waartegen
we minder
we
dat punt breeder uiteenzetten, moet thans
laatste
en in is
zijn
oorspronkelijken
het wat het Calvinisme
terug hebben te keeren. Gemeenlijk
voor,
alsof
God
telkens naar den eisch
van het oogenblik handelt, en alleen met de gegevens van het oogenblik rekent. Iemand zondigt, en blijft tegen alle vermaan in doorzondigen. Nu oordeelt God dat dit gestuit moet worden, en Hij zendt dien hardnekkigen zondaar een ziekte thuis, of Hij doodt een van
hem
in
zijn
zaken, of laat
hem
zijn
kinderen, of Hij slaat
een ongeluk overkomen.
En even
losweg,
en buiten verband, als zulk een straf opkomt, komt dan ook de ontferming op,
en even plotsehng treedt de vergiffenis
in,
dat
zijn
doem wordt
afge-
wend. Zoo handelt God, naar die voorstelling met A, en met B, en met
C.
Altoos met een ieder afzonderlijk, en telkens, buiten alle verband, naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's