De gemeente gratie - pagina 501
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
497
ONTSPORING.
Ze moesten krachten en machten
blijven,
krachten die haar werking open-
En daarom moesten ze in haar tegendeel omslaan. Wat geschapen en bestemd was om te zegenen, moest nu uitkomen in ramp en ellende. En hierin ligt tevens het oordeelend en straffend, het vergeldend en wrekend karakter van deze wet en dezen wil Gods. De ontsporing van
baarden.
den
trein
des menschelijken levens kon niet anders dan door een daad
en die daad kon niet tot stand komen dan met opzet, met bewustheid gewild en bedoeld. Men versta dit niet verkeerd. Het opzet was in het minst niet, om den trein des levens te doen ver-
des menschen plaats grijpen,
ongelukken.
Adam
heeft in het minst niet de ellende gewild. Integendeel,
om den
bedoeling was,
zijn
nóg gladder, nóg sneller
trein des levens
doen voortsnellen, en een nóg uitnemender bestemming Hi]
heeft niet geloofd, dat de ontsporing tot een
hield het
er voor,
te
te
doen bereiken.
ramp zou
leiden,
en
hij
dat afgaan van het spoor den goeden gang van den
God sprak: Ontsporing leidt tot zelfvernieling. Satan sprak: Die rails, die God u aanwees, hinderen u, ze houden u op. Verlaat die rails, en glijd vlak over de velden heen. Dan eerst zult ge eens zien, hoe ge vooruit komt. En toen heeft Adam, het des levens juist bevorderen zou.
trein
voor waar gehouden, dat die strekten,
traagden.
om hem En toen
die
vooruit te helpen, heeft
Over het vlakke veld hij
rails,
hij tot
zal
ik
ordinantiën Gods, wezenlijk niet
maar
zijn
gang ophielden en ver-
zichzelven gezegd: Ik ga van die rails
zelf in vrijheid
dan wel waarlijk met opzet den
trein
mijn
weg
af.
zoeken. Zoo heeft
van ons menschelijk leven
uit
het Goddelijk spoor uitgewrongen, en gewild en bedoeld, dat die trein uit
spoor zou uitgaan. Natuurlijk, dat
dat
sneller en beter
toen verwachtte, nu zooveel
hij
vooruit te zullen komen.
En
dat toen toch het ongeluk
plaats greep, en heel de trein stuk reed en zich in den grond werkte, dat
was de ontzettende ontnuchtering van den schuldigen mensch, die nu in het bloed zijner ziele ontdekte, dat God toch waarlijk de waarheid had gesproken, en dat
hij,
machteloos tegenover dien vernielenden levenstrein
met geen jammeren en met geen hartdoorsnijdend berouw, dien trein weer in het Goddelijk spoor kon brengen. Hij zag dien vernielden trein, hij zag die glanzende rails van Gods ordmantiën daar voor zich hggen, maar geen menschelijke macht kon trein en rails weer in elkaar passen. Hier was dus schuld. Schuld van opzet. Een opzet, om van God af en tegen God in te gaan. En deswege wordt de zelfvernieling, die onmiddellijk volgt, niet alleen een ontnuchtering, maar een wroegend zelfverwijt tevens. staande,
Hij voelt treft
hem
gelijk
Was
den toorn Gods. Hij ondergaat een oordeel. In de zelfvernieling de straf. Daarom verbergt
hij zich,
en daarom was het, dat
dit
nu inbeelding? Had God wel
die
zelfvernieling,
maar
niet die
wroeging, niet dat gevoel van toorn of oordeel bedoeld? Zoo leert U.
hij,
onze Confessie het zoo roerend uitdrukt, al bevende voor God vlood.
33
men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's