De gemeente gratie - pagina 421
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE OPENBARING VAN GODS TOORN.
En
rust komen.
417
dat ze geen rust vinden kunnen, in uitsluitend omdat
Gods toorn niet aflaat. De „goddeloozen hebben geenen vrede." De trilling van Gods toorn gaat door. Zelfs de geloovigen, zoolang ze nog in dit leven zijn, ondervinden dit, v^el niet in hun persoonlijk leven, maar dan toch in dat sociale leven dat ze nog met de wereld gemeen hebben, en dus ook
de consciëntie, zoo dikwijls ze weer uit hun geestelijk leven in het
in
leven der wereld
terugglijden.
Maar wel wordt dat
zienig
die toorn
Gods
uit
genade voor een deel ingehouden,
niet te schrikkelijk tegen ons uitbreke
hij
deze inhouding van
die
bestel,
wisselend namelijk
in
zijn
en het
;
is juist
Gods Voor-
toorn afwisselend regelt. Af-
dien zin, dat de toorn
Gods de ééne maal sterker
doorbreekt als pestilentie en oorlog de volken verschrikt, of schrikkelijk natuuronheil naar alle zijden verwoest. Maar ook een ander maal
zwak
als
natrilt,
er perioden
Een afwissehng
geluk.
die
eveneens op het onderscheid van volken, ge-
slachten en personen doelt, doordien het kennelijk volstrekt niet gelijkvormig over allen gaat, wijze en
met sterk
.slechts
aanbreken van voorspoed en betrekkehjk
maar
is,
dat de toorn Gods
zich op zeer onderscheiden
verschil van graad in aller leven openbaart.
De tweede natuur.
Indien ik
datgene
doe,
dat ik niet wil, zoo doe ik na
datzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
RoM.
Gods Voorzienig
7
:
20.
bestel brengt derhalve de eerste werking der „gemeene
gratie" tot stand, door in de geestenwereld de onheihge geesten te breidelen,
en de heilige geesten te wapenen met meerder macht, beide ons ten goede.
Maar
al
moest
uit dien
hoofde op de demonen en de goede engelen worden
teruggegaan, toch bepaalt zich de werking der gemeene gratie niet tot die
geestenwereld, haar inwerking grijpt óók rechtstreeks plaats.
daarom of
We in
bij
ons menschen
ondergaan wel invloeden van de geestenwereld, maar
zijn
het minst geen machines of blinde werktuigen, die naar goed
naar kwaad overhellen,
al
naar gelang de goede of de kwade geesten
we hebben een eigen zelfwel inwerken, waarop die invloeden uit engelenwereld de standig bestaan, maar zonder onze eigen daad te vernietigen Zelven blijven wij de zedelijkverantwoordelijke personen. Iets waarop te meer nadruk -dient gelegd, over-
ons her- en derwaarts bewegen. Integendeel,
n.
27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's