De gemeente gratie - pagina 202
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORBEREIDENDE GENADE.
198
God den mensch aan zichzelf over, hem de genade enkel aanbiedende, en hem de enge poorte wijzende, nooit zou één enkel zondaar door die enge poorte ingaan. Zonder onderscheid of uitzondering zou een iegelijk oordee-
God met
dat
len,
breede
zijn
enge poorte het mis had, en dat
Nog
vs^egen het veel beter wisten.
In dien zin genomen wordt alzoo
alle
juist
zij
met hun
velerlei
de positie van het Paradijs.
„voorkomende"
of „voorbereidende
genade" onzerzijds op grond van de Schrift geloochend, ook daar waar ze
nog
zich
als wezenlijke
genade aandient, en
in zooverre bereid is
Gode de
eere te geven. Het verschil, dat ten deze bestaat, doorziet men. Tweeërlei
kan gesteld worden. Men kan óf stellen, dat de geschiktheid om bekeerd te worden, die aan de bekeering vooraf gaat, buiten Gods genade om, uit den natuurlijken aanleg van den mensch werkt; of wel men kan staande houden, dat de mensch uit zichzelf wel nooit eenige geschiktheid zou bezitten, maar dat zekere leiding Gods, zekere voorafgaande genadewerking,
hem
zoover brengt, dat
nu
verschilt zeer zeker.
als
uit
de beker des heils
als
hij,
wordt gehouden, dien niet
maar
afslaat,
in
In het eerste geval toch
zichzelven geschikt,
om
de enge poorte
als
hem aan de
komt de zondaar voor
hem
ontsloten wordt,
deze willig door te gaan; en in het tweede geval ontkent
en beweert, dat
hem
genade
hij
stelt.
men
zal gaan, als zekere
ook uiteenwijkt, ten slotte komen ze toch op één zelfde punt
dan
uit.
Beider-
toch wordt dan beleden, dat op het oogenblik dat den zondaar het
zijds
heil
dit juist,
voorkomende Doch hoe ver deze tweeërlei meening
dan alleen daar door
daartoe in staat
lippen
de hand neemt en drinkt. Dit
wordt aangeboden, s^n wil beslist, of hij dat heil zal aannemen al Wie het heil dan aanneemt, neemt het zelf aan, en had het ook
niet.
kunnen afstooten. En zoo wordt dan toch ten slotte de vraag, wie zalig zal worden en wie niet, ter beantwoording overgegeven aan de onverschilhge wilskeuze des menschen, hetzij dan aan de wilskeuze van den mensch, die er zichzelven toe geschikt heeft, hetzij dan aan de wilskeuze van den mensch, die er geschikt toe werd door voorafgaande of voorbereidende genade. Niet weinigen breidden dit laatste dan nog zoo uit, dat feitelijk
alle
deze geschiktmakende genade in zeer breeden kring, althans aan
gedoopten, wordt meegedeeld, en dat het alsnu aan een ieders keuze
staat,
of hij ten leven wil ingaan of niet. Iets waarbij
de fout begaan, te
noemen
:
om
deze aan
alle
sommigen dan nog
gedoopte personen meegedeelde genade
de „algemeene genade"
;
en zoo wordt dan de schoone leer
der „gemeene gratie" ten slotte geheel van haar wortel afgescheurd, ver-
zwakt en
zelfs
misbruikt tegen de waarheid.
Dit nu heeft de Gereformeerden, voorzoover ze theologisch meer ont-
wikkeld
zijn,
schuchter gemaakt,
om
't zij
van een voorbereidende,
't zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's