In Jezus ontslapen - pagina 116
104 hij
ze
bekleeden zal met het
ivitte
Meed des
lichts,
dan spreekt
verzoening; daarvan gewaagt het gewasschen kleed, wat een heel ander beeld is; neen, nmar de voleinding van de moeite des worstelens, het ingaan van den eeuwigen Sabbath, het voor eeuwig vieren van alle booze werken, het niet meer door Satan, of zonde hunnen verlokt of verleid worden, het niet meer hunnen gewond worden, het boven allen strijd verheven zijn, het onvatbaar gemaakt zijn voor alle verloksel der zonde, omdat over de zonde, over de wereld en Satan is getriomfeerd. Hier beneden telkens Satan en zijn demonen om óns lachend, als we weer uitglijden en ons kleed bezoedelen. Maar daarboven wij in onzen heiligen triomf om Satan en zijn demonen lachend, met het heilig lichtgewaad als ons pantser, waar geen enkele de
dit
uit,
pijl
van den Booze meer doordringt.
niet
In het lichtgewaad, en in dat lichtgewaad
veilig.
•XXIV.
„en pilaar
in ben temper'.
Die overwint, ik zal hem maken tot een in den tempel mijns Gods, en hij zal niet meer daar uit gaan; en ik zal op hem schrijven den naam mijns Gods, en den naam der stad mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van mijnen OIod afdaalt en ook mijnen nieuwen naam. pilaar
,
Openbaring 3
:
Op den klank
12.
af spreekt de overwinningsbelofte, dat wie eens een pilaar staat te worden, ons zielsbesef niet bijster toe. De Schrift zelve verhaalt slechts van één enkele, die tot een 'püaar geworden is, en die ééne was de vrouw van Loth. Eene om haar ongeloof gestrafte, aan wier ontzettend lot Jezus zelf zijn elven, waarlijk niet ter navolging, maar ter afschrikking herinnerde. (Luk. 17 32). Terstond moet daarom nadruk op de bijvoeging gelegd Een pilaar in den tempel Gods. En om in dit verband de ons nog altoos vreemde vergelijking van een mensch met een pilaar u nader te brengen kunt ge niet beter doen dan dit pilaar naar de onder ons meer gangbare zegswijze om te beelden in steunpilaar. „ Een steunjyüaar van Gods Kerh " was veelal op het eind dei\ vorige en in het begin van deze eeuw, een zelfs veel gebezigde uitdrukking, die met name na iemands dood opgeld
zegepraalt,
:
:
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's