De gemeente gratie - pagina 283
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
279
EEN STAD OP EEN BERG.
dat
Vooral,
chipel.
het daar voorshands bereikbare een uiterst pijnlijken
we
indruk moet maken, zoo
het vergeUjken met wat hier te lande in onze
beste kringen gevonden wordt. ringe fout,
men
dat
Het
dan ook ongetwijfeld een niet ge-
is
het werk der Zending zich zoo zelden, en zoo
bij
weinig rekenschap heeft gegeven van de verschillende stadiën, waarin de gratie voorbereidend voor het
gemeene
Hiermede
is
in
Meer
optreedt.
het minst niet bedoeld, dat de bekeering zelve ooit
product van de gemeene gratie zou
en alleen
wedergeboorte,
werk der bekeering
bij
zijn.
Bekeering
is
uitwerking van
een wedergeborene mogelijk en denkbaar.
de uitwerking van de wedergeboorte in de bekeering, later in
nog,
de heiligmaking, komt nooit tot stand dan door de inwerking van den Heiligen Geest, en behoort, overmits ze doelt op het eeuwige leven, on-
voorwaardelijk tot de particuliere genade. Maar voor een plant maakt het
immers een Is die
alles
bodem
afdoend verschil in welken bodem ge haar laat opgroeien.
vet,
weelderig
zijn.
sappig,
rijk,
overeenstemmende, dan
zal
malsch, en met den aard van de plant
de groei van de plant in den bodem wehg en
Zet ge daarentegen die zelfde plant in een schralen bodem,
arm, steenachtig en droog is, dan zal de plant daarin wel uitkomen, maar een zeer schraal gewas opleveren. Reeds onze gewone landbouwers weten dit zeer wel, en maken daarom onderscheid tusschen land en land, en weten haarfijn welk gewas op den eenen en welk gewas op den anderen bodem gedijen kan. Komt nu daarom het gewas uit den bodem? Stellig niet. Het gewas komt uit het zaad of uit de stek, en dat zaad en die stek is één en hetzelfde, onverschillig of de bodem vet of arm, ge-
die
schikt of niet geschikt één,
en
is
is.
En
zoo nu ook
blijft
het zaad der wedergeboorte
steeds van buitenaf inkomende, maar
wedergeboorte de ééne maal valt
in
als
ditzelfde
zaad der
den weltoebereiden akker van een
hoogstaand leven, en de andere maal in den schralen bodem van een laagstaand volksleven, moet de uitkomst van het gewas wel zeer verschillend
De plant blijft dan wel van het echte soort, want het zaad was het ware zaad, maar de akker waarin het viel was zeer uiteenloopend, en dat uiteenloopen van den akker ontstond door de verschillende mate waarin de gemeene gratie aan het ééne of aan het andere volk was toebedeeld. zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's