De gemeente gratie - pagina 384
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZIENIGHEID EN SCHEPPING.
380
genomen, en
aanzijn en leven vanzelf harmonisch
alle
nu een stuurman op laat
uitkomen, als
wind en golven
zijn
loopen.
En
gelijk
schip zoogoed als niets van zijn stuurmanskunst bij kalme zee en rustigen wind voor maar daarentegen in zijn kracht uitkomt, zoodra
scheepke
zijn
afdrijft,
de storm opsteekt en zoolang de orkanen aanhouden,
zoo
is
het ook
kalmen vrede als vanzelf loopen, dan zal men van wat wij Gods Voorzienigheid noemen, ook al bestaat ze in nog hoogeren zin zelfs voort, toch niets meer merken. Het onderhouden en in stand houden zal er wel zijn, maar opgesloten in den eigen loop der dingen. Thans daarentegen, nu de volkeren nog woelen en bruisen, nu komt die Voorzienigheid uit als een macht die veel sterker is dan dat bruisen der groote wateren, en daardoor neemt ze vormen aan, die hier.
wij
eenmaal het leven
Zal
in
opmerken en bewonderen kunnen.
Iets
wat zoo waar
is,
dat
we
zelfs
deze onze existentie als vanzelf onderscheiden tusschen tweeërlei soort
in
perioden in ons eigen leven en in het leven der wereld; perioden van ge-
wonen levensgang, dat
er niets bijzonders voorvalt,
en andere perioden
van groote beroering, nood en onrust. En zoodra we nu deze onderscheiding maken, is het duidelijk, dat we een ongemeen veel sterker indruk van
Gods Voorzienigheid ontvangen in die perioden van beroering dan in die perioden van kalmen vrede; en deswege het sterkst door Gods Voorzienig bestel in die ongeyvone perioden van worsteling en beroering, tot aanbidding woorden vervoerd. Al weten we dus, dat ook in de eeuwigheid die „alomtegenwoordige en almogende kracht Gods" niet alleen met haar volle werking doorgaat, maar zelfs nóg rijker zal zijn, toch is het beter dat ook wij ons hier aan het gewone spraakgebruik aansluiten, en de Voorzienigheid Gods nemen, gelijk ze deze onze tegenwoordige wereld in stand houdt en alzoo regeert, dat het eens
alles
op het Rijk der heerlijkheid
zal
uitloopen.^
Doch
de grens van achteren, waarop
is dit
zoo een grens
van
Raadsbesluit liggen uitteraard als
we
terugkomen, er hgt even-
voren, en hier ligt die grens in de Schepping. In het alle
drie
vereenigd, zoowel de Schepping,
de instandhouding, en de leiding tot het einddoel, maar in de werkeze onderscheiden.
De Schepping
het doen ontstaan der
lijkheid
zijn
dingen,
de Voorzienigheid het in stand houden der dingen, het einddoel
is
is
het doen beantwoorden der dingen aan hun eeuwige bestemming.
Ook
Schepping en Voorzienigheid mogen dus niet verward, noch dooreenge-
mengd worden, en wat
wij
waar de Schepping voleind
is.
Voorzienigheid noemen begint eerst daar,
Het onderscheid tusschen deze beide
is in-
tusschen spoediger uitgesproken, dan helder doorzien en vastgesteld. Het is
toch niet zoo dat de dingen er door de Schepping
kwamen, en nu
voorts
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's