De gemeente gratie - pagina 48
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
OPLOSSING VAN ROOMSCHE ZIJDE.
44
Ge kunt een
plaats.
en straks
op de plek waar ze
plant, die
staat, schraal opschieten
verdorren zou, zeer zeker door het toevoegen van mest,
allicht
door besproeiing, door besnoeiing, door reiniging van insecten en woekerplanten, enz. er
weer bovenop helpen, dat
voortbrenge; maar dit alles
op dat
blijft
ze tiere en overvloediger vrucht
binnen het perk der plant-natuur, want
natuur aangelegd. Het behoort tot haar natuur, gevoed
alles is die
en gedrenkt te worden, en de reiniging van insecten neemt slechts weg,
wat tegen haar natuur indruischt. En zoo nu ook is al wat den mensch van Godswege toekomt, om het doode en dorre in hem te doen opleven, hem te sterken, te voeden, te drenken, met licht te bestralen en de kostelijkste
vrucht te doen voortbrengen, niet iets dat buiten het perk zijner
natuur
ligt,
maar
overeenstemming met de ordinantie voor
in
natuur in de schepping zelve gegeven.
kan geen genade
gaat,
tot het zijne
Wat
's
menschen
dat perk te boven of te buiten
maken. Dat ook onzerzijds van boven-
natuurlijke kracht en genade gesproken wordt, ziet dan ook alleen op haar
onmiddellijk karakter, in tegenstelling van het middellijk karakter van alle
kracht Gods die door de natuur als instrument werkt; en deswege hoofd-
verband met de verdorvenheid der natuur. In die aan zichzelve
zakelijk in
en aan haar God ontzonken natuur, daarin kan geen
tier of bloei
dan door een daad Gods, die buiten het perk der natuur buiten af inkomt.
En dan
ligt
is,
gewekt,
en van
maar dualisme
daarin zeer zeker dualisme,
we weigeren
door de zonde. Doch wat
gaat,
dat dualisme reeds tot in de
schepping zelve terug te leiden.
De schepping
zelve van den
mensch naar Gods beeld bepaalt
in heilige
voor welke gemeenschap met God, voor het in zich opnemen
ordinantie,
van welke Goddelijke krachten, voor het bereiken van welk einddoel de
mensch geschapen is
die
schepsel, ook iets
is,
en op dat alles
is
zijn
natuur aangelegd. Daarbij
natuur niet genomen geïsoleerd van God, alsof de mensch, Gods
uit
maar op één punt van
zichzelven,
buiten
God om,
zijn
weg, geroepen of
de eigen natuur des menschen uit God, door God en
uit
hij
is.
zichzelf
want het
is
Een oogenblik ook nxaar te denken of te tegenover God of buiten God om zou zijn.
God en den naar
strijd
Zelfs
is.
vlek
tot
God
in
zijn
al te zijn
willen, dat hij iets is
de zonde zelve,
een dualisme invoeren, dat met den organischen
tusschen
alle
ware,
krachtens de schepping naar het beeld Gods, behoort het tot
deel, juist
wat
bekwaam
te zijn, of voort te brengen. Integen-
samenhang
beeld geschapen mensch in lijnrechten
de hoogste volkomenheid, als eenmaal de heiligen, van
en rimpel
vrij,
in
onverliesbare zaligheid en heerlijkheid als
starren aan het uitspansel zullen schitteren, zal er nog nooit iets in hen uitblinken, dat het in de Schepping passief en actief gestelde perk
hunner
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's