De gemeente gratie - pagina 143
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWORDEN UIT EENE VROUW. maar
straal,
alle stralen.
En
die volheid
139
van stralen
der glansen, in volkomen zuiver evenwicht van
in
volkomen harmonie
Doch
tint.
juist hieruit
volgt dan ook, dat de Christus dit menschelijke in zijn volheid niet speciaal
aan Maria kon dank weten. Maria bezat slechts één stuk van het menschelijk in
al
karakter, en
zijn
waar derhalve de Christus het menschelijk karakter
stukken aannam, daar ontving Hij
noch ook droeg Hij het
als
dit niet speciaal
de Zone Gods in Maria
in,
maar
van Maria, Hij eigende
het zich toe uit die algemeene menschelijke natuur, die in Maria uit
Adam
was opgekomen, en die door Maria op den Christus overging. Alzoo was de eerste eisch die hier te stellen viel, dat door alle eeuwen sinds het Paradijs de ongeschonden menschelijke natuur zoo bewaard werd, dat ze in de volheid der tijden op den Christus zou kunnen overgaan. En juist dit nu ware ondenkbaar geweest, indien de verwoesting der zonde na den val ongebreideld en onbeteugeld ware doorgegaan, en niet gestuit ware geworden door de gemeene gratie. Indien niet de lankmoedigheid en de verdraagzaamheid Gods tusschenbeide ware getreden, om het wilde doorgloeien van den zondebrand die wij ontstoken hadden, ook al moest blijven Yoovistneiüen^ toch in zijn woeste uitslaan te temperen, zoo zou
hij
zoovele
eeuwen na den
val elk
aannemen van de ongeschonden menschelijke zijn geweest. Hadde
natuur door het eeuwige Woord kortweg onmogelijk
de dood zich aanstonds na den val in ons geslacht voleind, zoo zou er
eenvoudig geen nakomelingschap gekomen
zijn.
En, ook
mede, maar stelt, ongetemperd hare voleinding ware tegemoet gegaaUj
al
rekent
men
hier
dat de verwildering van onze menschelijke natuur
niet
gelijk ze
deze volein-
ding bereikt in de hel, zoo zou reeds hierdoor de ontaarding en verbastering tot
een algeheele verminking en schending
zijn
geworden, en ook
deswege een aannemen van onze menschelijke natuur door den Christus ondenkbaar zijn geweest. De tusschentoestand, waarin wij meuschen op aarde verkeeren, bestaat juist in een zoodanig gestuit zijn van de zonde, dat ze onze natuur wel in zichzelve volstrekt hulpeloos laat, maar desniettemin hare herstelbaarheid openlaat, en door die open te laten,
en gegevens van onze natuur nog
alle
kiemen
in zooverre voor vernietiging behoedt,
dat ze door den Christus nog konden worden aangegrepen, persoonlijk in zijn
eigen vleeschwording, en
zijn
wonderbaar Lichaam.
wat ons zelven aangaat
bij
onze inlijving in
Zoo Mgt derhalve de principiëele aansluiting van den Christus aan de vrucht der gemeene gratie daarin, dat de gemeene gratie
alle de eeuwen na den val, de menschelijke natuur voor algeheele verwildering, verminking en verdervmg bewaard, en alzoo teweeggebracht had, dat de
door,
Christus zoovele eeuwen daarna, uit een kind des menschen nog de onge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's