De gemeente gratie - pagina 214
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONMIDDELLIJKE WEDERGEBOORTE.
210
het absoluut karakter der wedergeboorte te beter tegen alle voorwendsel van 'smenschen zijde te verweren. Feitelijk komt de voorstelling er dan op neer, dat de eerstelijk geboren mensch wegvalt, en er een andere
nieuwgeboren mensch voor in de plaats geboren mensch blijft dan nog wel een
mensch vastgeketend, maar gaat hem die
van dien
treedt.
Het
tijdlang
aan den nieuw geboren
lijk
niet aan, en in zijn sterven
eerst-
wordt
keten losgemaakt, en alsdan vaart de nu vrijgemaakte mensch ten Deze voorstelling is ten eenemale onjuist, en men mag zich op.
—
hemel
ten deze door de uitdrukkingen der Heilige Schrift, dat we „den nieuwen mensch" moeten aandoen, en „geschapen zijn in Christus Jezus" niet op
dwaalspoor laten leiden. De wedergeboorte is een daad niet van nieuwe schepping, maar van herschepping. Dienvolgens is de wedergeboorte wel terdege afhankelijk van wat ze vindt. Een Salomo is een mensch
het
van heel anderen aanleg dan een David, een Johannes een geheel ander persoon dan een Paulus. Welnu, dit verschil, dit onderscheid tusschen de personen is bepaald door de eerste geboorte, en kan niet door de wedergeboorte worden omgezet. De wedergeboorte kan niet uit David een Salomo, of uit Salomo een David maken. Afhankelijkheid van de eerste geboorte is alzoo metterdaad aanwezig, maar dit geeft daarom niet het
minste
recht,
om van medewerking van
iets
van 'smenschen
zijde
te
spreken, overmits de vraag hoe iemand geboren werd, met welken aanleg, met welken karaktertrek, met welk een inborst, niet van hem zelven afhing, en hem ook niet gevraagd is, maar eenigiijk afhing van Gods bestel. De Goddelijke daad in de wedergeboorte hangt dus niet af van de menschelijke
zich
keus,
maar de wedergeboorte
aan aan de eerste Goddelijke daad
als
in
tweede Goddelijke daad
sluit
de geboorte.
Daarom komt de wedergeboorte dan ook niet tot stand dan door het „levende en eeuwig blijvende Woord van God", en is ook de herschepping in de wedergeboorte, evenals de eerste schepping, wel uit den Vader, maar door het Woord, en krachtens den Heihgen Geest. Dit bedoelen hiermede: Dat alle dingen geschapen zijn door het Woord; en dat er
tegelijk
we
buiten het
Woord geen
ding geschapen
is,
hebben we zoo
te verstaan,
dat in elk schepsel zich een gedachte Gods een gedachte Gods werkt en zich belichaamt, en dat, overmits in het uitspreekt, dat in elk schepsel
eeuwige Woord de volheid en de heerlijkheid der gedachten Gods is, geen ding anders dan door het W^oord en uit den Vader kan geschapen zijn. Zoo is het dan ook met een iegelijken mensch. De ééne gedachte van zijn Goddelijk beeld heeft God Drieëenig in de onderscheidene menschen op onderscheiden wijze belichaamd. Hierin
is
We
maar ongelijk. kind Gods eens
zijn niet allen gelijk,
de veelvuldige wijsheid Gods, en daarom zal elk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's