De gemeente gratie - pagina 403
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
399
MIDDELLIJKE WERKING.
én Gods onmiddellijke én
dat beide
majestueus en verheven te verheerlijken,
zijn,
Gods middellijke werkingen even
en dat het Gode behaagd heeft, zich in heide
valt alle strijd tusschen de zich uitbreidende natuur-
dan
kennis en de religie weg, en leidt ze er uitsluitend toe,
om met
het oog
op bepaalde verschijnselen, de werkingen Gods eenigszins anders en nu meer naar waarheid, en zuiverder, te gaan inzien.
En
nu doet
hier
zich
de vraag
bij
voor, of er niet buiten het breede
natuurkundige wetenschap onderzoekt, nog een ander dieper liggend terrein is, waarop God zich van heel andere tusschenkomende middelen bedient, dan die de natuurkunde kan naspeuren, en of het niet veld, dat de
de geesten of engelen
zijn,
hun eigenlijke roeping en het stoffelijke komen hierbij heide
die juist op dit terrein
van God ontvingen. Het geestelijke in aanmerking. Dat er nu zekere inwerking uit de geestenwereld op ons geestelijk leven plaats grijpt, valt met de Schrift in de hand niet wel te ontkennen. Reeds de bede die Jezus ons in het Onze Vader op de lippen leigde: „Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den Booze", wijst
hier het pleit
uit.
Jezus zelf
is
in
vochten geworden. Van Petrus verklaarde
Satan heeft zeer begeerd u
te ziften als
er ons in allerlei bewoordingen op, dat bloed,
d.
de lucht.
i.
de woestijn van Satan aangezijn
Meester nadrukkelijk: „De
de tarwe"
we den
met menschen, hebben, maar met de
De Satan
Golgotha volbrachte
;
en de apostelen wijzen
strijd niet
met vleesch en
geestelijke
boosheden
in
gaat nog, zoo leert ons de Schrift, ook na het op offer,
om
als
een brieschende leeuw, zoekende, wien
hij zou mogen versUnden. En als in de Openbaringen de eindcatastrophe wordt geteekend, komt in die teekening zelfs de ontzettende voorzegging voor, dat Satan eenmaal nog met volle kracht zal worden losgelaten, om eerst daarna voorgoed gebonden, en geworpen te worden in den poel des
vuurs.
En wat de goede
engelen betreft leert de Schrift ons evenzoo, dat
ze tot dienst bestemde geesten zijn, die uit worden gezonden om dergenen wil die de zaligheid beërven zullen; wees Jezus er op dat de kinderkens de heerlijkheid bezitten, dat hun engelen allen dag zien het aangezicht van hun Vader die in de hemelen is; en Paulus betuigt ons dat de hemelen zich nog steeds
bezig houden,
met de openbaring des gelijk
elk zondaar die bekeerd wordt. in de
geestelijken levens in de
gemeente
Jezus betuigd had, dat ze juichen in den hemel
Van
om
de goede engelen wordt ons dan ook
Apocalypse gezegd, dat ze met en onder Jezus den
strijd
tegen de
booze geesten doorzetten, en eens op gelijke wijze deel zullen hebben aan de laatste worsteling.
ware dan ook moeilijk aan te nemen, dat wel de kwade engelen zoo ver reikenden invloed zouden oefenen, maar dat hier-
Reeds op
zichzelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's