De gemeente gratie - pagina 141
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWORDEN UIT EENE VROUW.
met de
destijds in Israël en
van de gemeene gratie
in
meer
bijzonderlijk in
aanraking trad. Niet
137
Maria aanwezige vrucht
alle
geheimnis, waarachter
onze eerste vorming in het lichaam onzer moeder wegschuilt, kan hier
worden, ook
ontsluierd
al
spreekt het vanzelf,
dat eerst een volledige
blootlegging van dit geheimzinnige, ons hier een klaar inzicht in de vertot de gemeene gratie geven zou. David heeft Psalm dat verborgen ontstaan des levens als voor Gods oog
houding van den Christus
den
in
ISQ'''^"
doorgedacht, en het zichzelven voorgesteld, hoe
hij als „ongevormde klomp" noemt „de benedenste deelen der aarde". Paulus met het oog op den Christus in Epheze 4 aan die uitdrukking aan,
geformeerd was sluit zich,
en
stelt
wat
in
hij
dat nederdalen van den Christus in „de benedenste deelen der
aarde" tegenover
zijn
opvaren, en duidt alzoo Psalm
En
beteekenis ook op den Christus.
over
„het
staat,
blijkbaar
weven van het borduursel"
in
is
139 in
zijn hoofd-
hetgeen in dien Psalm
de zwangere vrouw geschreven
zoo breed en diep opgevat, en zoo omstandig geteekend, dat het
verre boven het persoonlijk belang van Davids eigen geboorte uitging, en eerst evenredig in zijn afmetingen wordt, zoo tot
we
over David heen doorzien
op den Christus.
We vragen
staan hier bij
elke
voor een wereld van wonderen, met telkens nieuwe
lijn
die zich ombuigt.
Er
is
in
hetgeen geboren zal worden
én het straks zichtbare, én hetgeen altoos onzichtbaar
een kiem waaruit zich het organisch geheel alzijdige
stoffe
die
ontwikkelen; en er
zal
zal blijven.
ontwikkelen; er
door deze kiem in zich opgenomen wordt, is
de
drift
om
Er
"is
is
de
zich te
des levens die zich in deze ontwikkeling
Dit alles is eerst met de moeder één, niet slechts in haar maar rustende, door eenheid van aderweefsel met haar verbonden; en
openbaart.
toch wordt het straks van haar afgescheiden, niet enkel door uittreding
maar ook door afsnijding van de aderlijke gemeenschap. meer nog is er onder en door dit alles gemeenschap van het nieuwgeborene met de vrouw, die het draagt. Gemeenschap niet alleen naar het stoffelijke, maar gemeenschap soms tot in karakter en tempera-
in het levenslicht,
En
veel
ment, en schier altoos tot in rasverschil, nationaal onderscheid, gelaatstype
en familietrek doorgaande. Een gemeenschap niet slechts voorwaarts zich
bewegende erflijn
in
den jonggeborene, maar achterwaarts teruggaande
van vele geslachten.
En
dit
tot in
een
gemeenschappelijke en solidaire onder-
gaat dan toch weer de wijziging en den invloed van het persoonlijke in
den mensch die geboren werd. Een persoonlijke variatie die niet terstond uitkomt, maar soms twaalf en meer jaren sluimert, om daarna eerst haar stempel te drukken op den nieuw opgetredenen, nu aangroeienden, straks
volwassen mensch.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's