De gemeente gratie - pagina 626
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VERTOONING VAN HET BEELD GODS.
622
Met het oog hierop nu wagen we de stelling uit te spreken, dat ons denken ten deze nooit tot rust komt, tenzij we aan de ontwikkeling van ons geslacht een zelfstandig doel, een doel in zichzelf toekennen. Hieruit volgt in het dit
minst
niet,
dat daarom zeker noodzakelijk verband tusschen
en het toekomende leven, of ook tusschen de Gemeene gratie en de
Particuliere
geplant af te
zijn,
genade ontkend wordt. Een boom aan den weg kan zeer wel om schaduw te geven, en toch tegelijk strekken om vrucht
werpen^ of ook
om
En
straks als brandhout te dienen.
eenmaal wat de Duitschers noemen Heterogonie der Zwecke,
d.
er
w.
eenzelfde zaak kan tegelijk tweeërlei doel beoogd worden. Zoo kan b. militaire dienst in hoofdzaak strekken,
om
nu met
is z.
v.
de
van oorlog het vader-
in geval
land te verdedigen, en toch tegelijk beoogen het besef van tucht en orde
onder het volk te sterken. En in dien zin nu moet ook hier worden beleden,
dat de lange loop der
eeuwen en de
rijke
ontwikkeling van ons
menschelijk geslacht, in dien loop tegelijk én een doel in zichzelf heeft,
én bovendien aan
allerlei
ander doel dienstbaar
is.
Het dient zeer zeker
het uitkomen van het getal der uitverkorenen, het strekt zeer zeker
om
ons een proces te doen doorloopen, dat beteekenis voor de eeuwigheid heeft, en zooveel meer,
maar dat
zelfstandig doel in zich
school
tot
eer en prijs
eerst op dat standpunt
God
alles belet niet, dat het tegelijk
om al wat van Gods naam in draagt,
ook het
aan kiemen doen treden. En
in ons geslacht het licht
komt onze wereldbeschouwing
te
tot rust.
heeft in ons menschelijk geslacht zijn beeld ingeschapen, door het
er in af te drukken. Dit stemt elk geloovige toe.
beleden te hebben, vervalt
men
beteekenende waarheid zoogoed te passen
bijna altoos
als uitsluitend
in
Maar na de
fout,
dit
volmondig
van deze
veel-
op den enkelen mensch toe
en velen gaan nog verder door
dit beeld Gods in ons uitsluitend van onze geestelijke eigenschappen te verstaan; ja sommigen zagen er in hun onbekrompenheid ten slotte letterlijk niet anders in dan die hooge gaven van wijsheid, heiligheid en rechtvaardigheid, die in den staat van ;
Adams
rechtheid
deel waren. Voor hun besef
is
het beeld Gods dan nu ook
moge nog een flauw spoor, een schemerend maar eigenlijk is het weg, en is er van dat beeld Gods thans zoogoed als niets meer in den mensch te bespeuren. Onbegrijpelijk nu is dit niet. De oude Theologie bezat alleen in haar zoo goed als geheel weg. Er
naschijnsel van glinsteren,
Verbondsleer een saamvattend begrip, maar bezag voor het overige nooit anders dan den individueelen mensch, en dien individueelen mensch onder het gezichtspunt der zaligheid.
Gods wel gelijk ze
Maar er
bij
in
zijn
En
dan, het sprak vanzelf, moest het beeld
hoogste uiting genomen worden, en die hoogste uiting,
eens in den staat van rechtheid blonk, zeer zeker die ging teloor.
was dit een hoogst eenzijdige beschouwing, en we voegen een beschouwing die streed met de Schriftopenbaring, die steeds
natuurlijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's