De gemeente gratie - pagina 405
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
401
MIDDELLIJKE WERKING.
om
met wat ons geopenbaard is. Het gordijn mag van voor die mysteriën niet door ons worden weggeschoven. Maar wat we wel mogen en moeten doen is, constateeren, dat waarschuwt, ons bevelende
tevreden te
zijn
ook de zielkunde, en evenzoo de natuurkunde, zoodra ze zekere lagen van onderzoek hebben afgeloopen, ook harerzijds erkennen op een mysterie te
men
den ondergrond van het leven en van alle aanzijn en van alle krachten, is er ten slotte aldoor een punt, waarbij men met zijn onderzoek niet verder voort kan, en de onmacht van zijn vorschenden geest te belijden heeft. Eerlijke zielkundigen en eerlijke natuurAls
stuiten.
afdaalt
tot
onderzoekers erkennen dan ook gulweg, dat hun onderzoek tot op zekere diepte gaat,
maar dat zoodra
nóg dieper pogen door
ze
gewone gegevens van onze menschelijke kennis hen
in
te dringen,
den steek
de
laten.
men aan de diepste problemen van het leven en het aanzijn toekomt, kan men niet verder, en staat men voor het gordijn, dat het mysterie des levens verbergt. De twee resultaten passen alzoo volkomen op elkander. Juist als
Eenerzijds het resultaat van het Schriftonderzoek, dat ons wijst op ver-
borgen instrumenteele werkingen
de geestenwereld, maar die als een
uit
mysterie tegenover ons blijven staan; en anderzijds het resultaat van de ziel-
en natuurkunde, dat ons eveneens verklaart, hoe ten slotte
zoek stuit op een mysterie, dat verder onderzoek
alle onder-
afsnijdt.
Hieruit nu vloeit vanzelf de gevolgtrekking voort, dat het middellijke
gebied van het Godsbestuur veel, veel broeder en uitgestrekter bUjkt te zijn,
dan wij ons gemeenlijk voorstellen, en dat we derhalve geheel bewaarheid gaan, zoo we deze 'middellijke werking Gods ook maar
zijden de
eenigszins onderschatten of lager stellen dan zijn rechtstreeksche werking.
Maar dan ook dat het
aangaat de
niet
„gemeene gratie" ons
te willen
voorstellen, als iets dat rechtstreeks toegaat, overmits integendeel ook
de gemeene gratie te letten
is
bij
op den instrumenteelen dienst dien de
geesten in het gemeen uitoefenen. Zien
we
het Paradijs
in
bij
den
val,
dat deze val alleen tot stand komt doordien er een werking ter verleiding uit
de geestenwereld intreedt, dan
doorwerking van
dit
kwaad
is
het duidelijk dat de stuiting van de
vanzelf moest intreden, zoodra
God de Heere
de inwerking dier booze geesten op deze wereld inbond en beteugelde.
Tegenover den mensch
in
den staat der rechtheid werd, omdat
hij
zooveel
sterker stond, de werking dier geesten in haar volle kracht toegelaten.
Maar nauwelijks liet niet
is
de mensch in
anders te voorzien was, of
zijn geestelijk hij
wezen verzwakt, zoodat
zou er opeens onder raken, of God
breidelt de werking der booze geesten, vermindert ze in kracht, en brengt
alzoo teweeg, dat het innerlijk en uiterlijk verderf niet
doorga. II.
Het
is
God
die zijn schild opheft,
om den
met zulk een geweld
gevallen en in
zijn
kracht 26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's