De gemeente gratie - pagina 318
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
314
TWEEËRLEI WIL,
personen moet nog op
heengaan
dit verschil gelet
een kind van God heensterven wereldsch
worden. De ééne maal
zal
iemand
het volle licht van Gods aangezicht, en de andere maal zal
in
zijn.
En
in
sombere overpeinzingen, die soms bijna
toch volgt daaruit volstrekt niet, dat de laatste geen
God zou wezen. Of gebeurt het niet dikwijls, dat bij denzelfden persoon op het sterfbed oogenblikken van hooge verrukking in den Heiland,
kind van
en van gemelijke knorrigheid en zelfzucht elkaar afwisselen? Doch genoeg hierover.
Overvloediglijk blijkt uit al hetgeen
herboren
ik
waarop we wezen, dat ons
volstrekt niet altoos zuiver door ons bewustzijn doorbreekt,
en na de drie onderscheidingen waarop
we
wezen, behoeft het geen betoog
meer, dat uit ons nog, of weer verduisterd bewustzijn een ik kan spreken, dat niet
is
het ik dat schuilt in het herboren gemoed.
we in ons den wil, en ook op de uitingen verband de aandacht worden gevestigd. In Rom. 7 spreekt Paulus niet alleen van tweeërlei wet die hij in zich beNaast het bewustzijn vinden
van dien wil moet
speurt, d.
in
dit
tweeërlei levensvorm, en dus tweeërlei bewustzijnsleven,
i.
maar
spreekt ook en meer zelfs nog van tweeërlei wil: een wil van zijn
hij
herboren
en een vdl van
ik,
zijn
„vleesch'".
Het best maakt ge u
dit
duidelijk door te letten op een stoomschip, dat in snelle vaart voortvliegt,
moet en achteruitstoomen. Ook
plotseling stoppen
in zulk
een stoomschip
toch ziet ge dan de werking van tweeërlei wil. Eenerzijds de wil van den
stuurman aan het
die
roer,
den machinist toeroept: „Met vollen stoom van het schip, dat toch nog een poos hard
achteruit", en anderzijds de wil
wat de stuurman zegt. Hij Wat is nu die wil van geen wil, maar die wil die in
vooruit stoomt. Feitelijk gebeurt dan ook niet riep:
„Achteruit",
en het schip gaat nog vooruit.
het schip? Natuurlijk
het schip zelf heeft
het schip nog doorwerkt,
is
niets
anders dan de wil van den stuurman
zoo straks. Zoo straks toen riep zijn wil
hoorzaamde het
„
:
Vooruit".
Aan
dien wil ge-
nu is zijn tweede wil die achteruit roept, buiten staat op eenmaal de nawerking van zijn vroegeren wil te stuiten. Voor Paulus nu is „het vleesch", wat hier het schip is. In dit „vleesch" heeft Paulus vóór
met
maar
anders,
hij
als we zoo zeggen mogen, gestuurd, en het den van Christus afgekeerden zin vooruitgedreven. Hij Maar nu, bekeerd zijnde, commandeert zijn herboren ik wel
zijn
bekeering,
volle kracht in
wilde toen zoo.
wil,
schip, en
van
nu
vleesch,
zijn
niet d.
i.
in het schip, in het vleesch zit
oude wil,
ik
nog
en dat dus
niets,
Ge hebt ook het
de vaart van
zijn
en zoo ontstaat de toestand, dat hij
de zonde die nog in
Hiervan verstaat ge oogenblik.
in,
vroegeren
hij
doet wat
het nu niet doet, maar de vaart van het
hem
drijft
en werkt.
zoo ge den wil opvat als den gril van het
beeld van de balans, van de weegschaal.
De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's