De gemeente gratie - pagina 241
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
237
DE GENADEMIDDELEN.
waarheid te verkondigen. Hiermee is niet gezegd, dat het tegendeel vaststaat. Ook wie het tegendeel staande houdt, zegt meer dan hij verstellige
antwoorden kan. Immers de mogehjkheid, dat God een kindeken wederonafhankelijk van alle tusschenkomende middelen, moet baart, geheel
worden toegegeven, en dit zoo zijnde, kan niemand bewijzen, dat God ditzelfde wonderbare werk ook niet buiten het verbond zou kunnen tot stand brengen. Zelfs heeft het lieflijke der gedachte iets wat aantrekt. Maar verder gaan, kuimen en mogen we niet. Niemand weet wat God in het verborgene doet of ontbreekt
alle
niet,
tenzij
Hij
ook maar eenigszins
voorkomen, dat we ons op
onthouden hebben, en geheel
dit dit
het ons openbaart; en ten deze
zelf
stellige openbaring.
Ons
blijft
punt van elke uitspraak vóór gewichtig stuk aan onzen
het daarom of tegen, te
God hebben over
wiens ondoorgrondelijke ontfermingen ons diepste mededoogen zoo zeer verre te boven gaan. Alleen wat de volwassenen betreft, kunnen en moeten we, op grond der Heilige Schrift, stellig en besHst spreken, en
te laten,
dan geldt onveranderlijk de regel: Alleen wie den naam des Heeren aanroept zal zalig worden.
Daar alzoo
bij
de volwassenen de voorbereidende werkingen der genade-
middelen voor het komen
tot
bekeering onmisbaar
voor de vraag, of deze genademiddelen te rekenen of
gratie",
staan
zijn,
zijn tot
we
alsnu
de „gemeene
wel tot de „particuliere genade"? Een uiterst moeilijke vraag
en die toch niet
is te
ontgaan.
Wat
toch
het geval?
is
Ook deze genade-
middelen werken niet alleen op hen die straks tot bekeering zullen komen,
maar
ook,
zij
Het
sterven.
het al op andere wijze, op hen, die later onbekeerd wegzijn
alzoo
door
middelen, die niet beperkt
God verordende en door God
zijn tot
hen, die zalig worden,
maar
gebruikte
die evenzoo
uitgaan naar hen, die niet zalig worden. Is nu alleen die genade „particulier", die
„met de zaligheid gevoegd
is",
dan
is
de vraag niet te ontwijken,
genademiddelen, die volstrekt niet altoos tot zaligheid leiden, en aan de te zahgen personen met hen, die onbekeerd wegsterven, zoo vaak gemeen zijn, niet moeten gerekend worden onder de middelen der of deze
die
„gemeene
gratie".
levert aan
Vooral de hartaangrijpende pericoop uit Hebr. 6
deze vraag een zoo ernstig karakter. Daar toch
personen die verloren gaan, en die nochtans: 2.
een hemelsche gave gesmaakt hebben;
3.
achtig zijn geworden; 4'. gesmaakt hebben
1".
is
:
4—6
sprake van
verlicht zijn geweest;
des Heiligen Geestes deel-
het goede
Woord Gods;
en
gesmaakt hebben de kracht der toekomende eeuw. Vijf heerlijke dingen alzoo, waarvan menig kind van God soms met weemoed belijdt, dat ze in
5.
die rijke
Men
mate vooralsnog
niet alzoo zijn deel werden.
behoort deze zaak alzoo ernstig onder de oogen te
zien.
Er
is
hier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's