De gemeente gratie - pagina 120
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TRIOMF OVER SATAN.
116
Noach met
gratie" zou
zijn
gezin lang voor den Zondvloed uitgemoord zijn
geweest, en geen arke ooit op de wateren der behoudenis hebben gedreven.
En evenzoo kan en moet noch
in het land
beleden, dat noch in de dagen der patriarchen,
Gosen, noch in Palestina het volk des Heeren had kunnen
opkomen en stand houden, indien de volken van rondom niet door de „gemeene gratie" in hun boosheid getemperd waren, maar nog tien en twintig graden onder het zedelijk peil der kannibalen van Nieuw-Guinea of Afrika's binnenlanden is
waren gezonken geweest. Naar de gewone uitdrukking
het volkomen waar, dat de kerke Gods zonder de „gemeene gratie"
geen plek zou gevonden hebben voor het hol van haar voet. En evenzoo is
het ten volle waar, dat elk uitverkorene in
genade van
zijn
God kent, waardoor de
getemperd, en het ontkiemen van
allerlei
zijn
eigen leven bewarende
uitgisting
der boosheid in
zaden van zonden in
zijn
hem hart
werd tegengehouden. Een enkel maal moge een Godvergeten booswicht nog vóór zijn sterven tot bekeering komen, maar gemeenlijk is dit de weg des Heeren met zijn verkorenen niet. In den regel treedt de bewarende en voorbereidende genade tusschen beide, die de stuitende gruwelen
En meest eeuwen
afsnijdt.
hierdoor ontwikkelde zich in de Verbondsgeslachten, door der
loop,
grif toe, dat
edeler
zin.
En
zoo ook geven
we
in
de derde plaats even
zonder de „gemeene gratie" de Vleeschwording van Christus
ondenkbaar ware geweest, en ontbroken zou hebben alle voorbereiding die nu in de volheid der tijden juist in de Heidenwereld zoo wonderbaar de
van Christus' kerk onder de Heidenen in de hand werkte. we op geen dezer drie uitwerkingen van de „gemeene gratie" ook maar het minste af, ja, al zijn we bereid, elk dezer drie op
uitbreiding
Maar
al
dingen
komen we er tegen op, dat men tot deze drie de bedoehngen waarmee God de „gemeene gratie" teweegbracht, beperke. het hoogst te verheffen, toch
Neen, ook in de gemeene gratie zoekt God Almachtig allermeest de
naams. In die gemeene gratie op zichzelve, ligt, afgezien van aUe verder motief, reeds als zoodanig, triomf voor God tegenover Satan, en uitstraling van zijn eigen heerlijkheid. Wat Satan in het
zelfverheerlijking
zijns
Paradijs bedoelde,
was regelrecht den genadeslag aan heel Gods schepping,
en den doodelijken steek aan den mensch Gods toe te brengen. Zijn doel was, dat op eenmaal alles in dood en donkerheid zou zijn weggezonken.
had gezegd: Ten dage als gij deze zonde zult doen, zult ge den dood sterven. Welnu, dien dood riep Satan in. Hij stak den dijk door, die den stroom van dood en verderf tegenhield, en verlustigde zich nu reeds in de demonische gedachte, hoe aanstonds de vloed van dood en verderf alles vernield en verwoest zou hebben. Adam moest sterven. Eva moest
God
zelf
sterven.
En dan zou
het uit zijn
met het menschelijk
geslacht.
Er zou geen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's