Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 182

2 minuten leestijd

166

-DE DINGEN DIE NIET BEWEGELIJK ZIJn'

veranderlijk is, liet Goddelijk-hemelsclie dat nooit wordt, eenwiglijk is, en daarom heet: het eeuwige leven.

maar

Een

klaar en lielder begrip van wat dat inkeeft, eenwiglijk en nooit meer te worden, kunnen we ons niet vormen. De taal die we spreken de voorstellingen die we ons vormen de begrippen die we in elkaar zetten, zijn alle ontleend aan deze_ bedeeling, en bier op aarde is alles aan de wet der verandering onderworpen. De Heere is de Rotssteen: maar langs de wanden van dien Rotssteen kabbelen de wateren des levens rusteloos voort. De natuur verandert, het aanschijn des hemels verandert, historie zegt, dat er altoos andere dingen kwamen. En daarom, wi\i' worden is, verstaan we, maar wat zijn is, verstaan we niet. In het braambosch gaf God het Mozes door een wonder te aanschouwen. Wat brandt verteert. Maar zie, het braambosch brandde, en verteerde niet. Het glinsterde in helderen gloed, en toch verging het niet. Dat was het zijn. En daarom was dat braambosch zinbeeld van 's Heeren heiligen naam: Ik zal zijn DIE IK ZIJN ZAL Jehovali die God die nooit wordt, maar altoos is. Zoo sprak ook de Middelaar. Niet „ eer Abraham was wa>^ ik," maar: eer Abraham was, hen ik. Hem was gegeven het leven in zich zelf te hebben. En daarom, ook in hem geen worden, wel naar zijn menschelijke, maar niet naar zijn goddelijke natuur. Ook in hem het eeuwige zijn. Toen de wereld geschapen en toebereid was, toen ?';c/t? er niets meer de wereld was er. En daarom ging toen de Sabbath in. Want de Sabbath Gods is dat zijn. Het ophouden van den arbeid des wordens. En daarom is de vSabbath instraling van hemelsche ruste in de vermoeienis van het eindeloos worden op aarde. Wie het zoo kent die vangt den „ eeuwigen Sabbath " reeds hier op aarde aan. Toch slechts bij voorgevoel, bij voorsmaak, door vooruitgrijping. De eeuwige Sabbath, de ruste van het eindeloos worden, de zaligheid van het eeuwiglijk zijnde en blijvende, hoort bij het rijk der heerlijkheid, als niets meer veranderen zal, en er niets meer bewogen zal worden, als het worden uit heeft, en we in zijn gegaan in het eeuwige Zijn. te

zy »

,

,

,

,

,

:

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's