De gemeente gratie - pagina 197
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
193
DE GEMEENE GRATIE IN HET GENADELEVEN.
wat daarmee rechtstreeks samenhing, van de Verbondsleer, naar alle richtingen had weten uit te werken en door te voeren. Zoo toch zou zij ten slotte tot een bevredigende oplossing gekomen zijn van het zoo inge-
en,
wikkeld en moeilijk verband tusschen natuur en genade, wereld en kerk, en alleszins in staat zijn geweest, aan de Philosophie de leiding bij het nu
opkomend geding
te betwisten Helaas, ze heeft dat niet gedaan.
Ze heeft
zich ingebeeld, dat de volkomen zegepraal reeds behaald was, toen ze te
Dordt ik,
in
1618/19 aan den vrijen wil van den zondaar,
het vermogen betwistte,
om
uit zichzelf
heeft de noodzakelijkheid niet ingezien, hierin
school,
zetten.
ook
tot
i.
aan het oude
om den
principiƫelen strijd die
op de algemeene fundamenten des levens door te
Ze zocht steun
der Overheid veilig.
d.
ten goede te kiezen; en ze
de Overheid, en achtte zich achter het schild
bij
Men
ziet
dan ook, hoe terstond na Dordt de veer-
kracht uit onze Theologie wegsterft. Voetius drong wel dieper door, maar
werd
niet begrepen.
En
zoo sliep onze Gereformeerde Theologie
in,
om
eerst na jaren van werkeloosheid en smaad eindelijk weer naar haar schoon verleden terug te grijpen, maar om dan nu ook de gerechte straf te moeten
mag
ondergaan, dat ze aanvankelijk met wantrouwen begroet werd. Zelfs ze het als een bijzondere gunste
een zoo weinig
fel
Gods beschouwen, dat
dit
wantrouwen
karakter aannam, en reeds zoo spoedig voor meerdere
sympathie plaats maakte. Een onverwachte voorspoed, die ten onrechte te weinig teerder gewaardeerd werd door menig predikant, die, optredende in
een gemeente die op dezen keer der dingen ganschelijk niet was voor-
bereid,
achtte bestraffend en van uit de hoogte te kunnen spreken,
waar
winnen der harten en het zoeken van den geleidelijken overgang kracht ware te vinden geweest ter overwinning. Juist daarom echter is het leerstuk der gemeene gratie, voor het huidig tijdsgewricht van zoo overwegend belang. Tusschen het leven der aUeen
in het
natuur en het leven der genade gaapt een breede, diepe klove, die alleen door de gemeene gratie te overbruggen is. Verzuimt men die brug te leggen,
dan kan het niet anders
veldwinnen, waarbij
om
voorts
derwijs in loochent.
men
of de aloude eenzijdigheden
moeten weer
eenerzijds schier uitsluitend op de genade
let,
de natuur aan de wereld over te laten; en anderzijds zich het leven der natuur vastzet, dat men de genade feitelijk ver-
Men
kan, of
den vrijen wil staan
men
blijven.
wil of niet,
De
in den mensch. Achter den wil
men kan
niet bij de quaestie
wil, vrij of onvrij, is slechts ligt
de mensch
zelf,
van
een vermogen
en die mensch zweeft
maar is deel van het wereldgeheel en zoo ligt achter den van den mensch, en achter den mensch het vraagstuk van de wereld als geheel genomen. Reden waarom ge nooit tot op den
niet in de lucht,
;
wil het vraagstuk
boden van dezen oceaan uw dieplood laat zinken, zoolang ge niet tot op de primordiale gronden van de verhouding van de wereld tot God zijt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's