In Jezus ontslapen - pagina 279
,EN VERGEET GEENE
VAN ZIJNE WELDADEN ".
263
vraag-, of bij het graf onzer dooden de klacht voegt, dat God ze nu reeds van ons nam, dan wel de toon des danks, dat Hij
ze ons schonk en ze ons zoo lang liet. Zijn wij het middelpunt, en hadden wij onszelven verrijkt door het bezit van man of vrouw of kind voor onszelven te
en komt God nu wreed tnsschenbeide om ons dat te ontrooven? Of wel was die man, die vrouw, dat kind door God, en God alleen geschapen. Zijn eigendom, en ons door Zijn liefde toegebracht, om er in te genieten voor den van Hem bestelden tijd'? Eu dan valt er immers over het antwoord niet te aarzelen. God schiep immers dien man, die lieve vrouw en dat schat van een kind om Zichzelfs wille opdat ze Hem eerst hier en straks daarboven loven dienen en verheerlijken zouden. Zelfs toen Hij ze ons toebracht stond Hij ze niet af. Ze zijn ons niet eens geleend. Maar ook onderwijl de teederste banden ons met hen saamstrengelden bedoelde Hij immers alleen dat wij een eind van den weg met hen saam zouden wandelen, om op dien weg Hem saam te dienen en te verheerlijken. Ons bezit van onze lieven was immers slechts een klein deeltje van hun bestaan, een nietig onderdeel in hun eeuwig bestaan, en dus ons samenzijn met hen maar een klein brokstuk uit hun eeuwige roeping. scheppen
,
bezit
heerlijk
,
,
,
,
,
En als nu in het groote Godsbestel de ure gekomen is, dat ze het deel hunner roeping op aarde voleind hebben en de plaats open staat en wacht, waar ze nu hun nieuwe roepiug te voleinden hebben, wat kan er dan anders in de ziel van Gods kind zijn, dan dank, dat de nieuwe roeping die nu komt o nog zooveel heerlijker is, dan het rijkste dat dusver volbracht werd. ,
,
,
Ook de waardschatting van wat we zoo droef verloren, komt zoo eerst onder het Goddelijk juiste gezichtsinint voor ons hart te
staan.
Wie met
hart naar den kant van zijn rouwe blijft overelk indenken van wat school in wat hij ten grave uitdroeg, al armer en beroofder. hellen
,
zijn
wordt
bij
in zijn lieve dooden kinderen Gods mag zien waaren onze Vader de eerste rechten heeft, die verdiept zich met een ontlast gemoed in al dezen wonderen schat, dien God i]i wie heenging verborgen had en wordt bij het opmerken van elke nieuwe gave, die in hun hart verscholen lag, slechts
Maar wie
,
op hun
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's