De gemeente gratie - pagina 298
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET ENTEN VAN DEN WILDEN BOOM.
294
het levenssap, dat aan dat nieuwe leven toekomt van den Heiligen Geest. Terwijl dan ook de geënte
tamme boom dood
hem
gaat, zoo ge
afzaagt
van den ouden tronk, en zonder dien ouden tronk en den wortel van dien tronk niet leven noch bloeien kan, is in het kind van God het nieuwe leven juist bestemd, om in het sterven geheel van den ouden tronk gescheiden te worden, en eerst daarna volheerlijk op te bloeien in de heilige
we dus het beeld van mag de vergelijking niet
atmosfeer van het leven der gezaligden. Al blijven
de enting opmerkelijk en sprekend vinden, toch te
ver worden doorgetrokken. Het geeft ons een voorstelling van een wild
en een tam leven in éénzelfde plant, dat zich wonderbaar dooreenstrengelt,
en nochtans
niet.
onderscheiden karakter bewaart, maar de verborgenheid
zijn
van het ééne
ik
Immers,
als
in
zijn
omgekeerde van wat het
juist het
Ook de poging om het te
vatten,
bij
het
Gods kind verklaart het ons den wedergeboren mensch
bij
den geënten boom.
is bij
ziel
van een nieuwe zelfstandigheid of
kan niet worden toegelaten. Een kind van God
een zondaar
+
x.
Alleen maar a
schelijk
is
raadsel op te lossen, door de wedergeboorte op
het indragen in de
als
substantie,
&.
tweeërlei leven
ge daarop komt,
is
hij
zelf is
groeit.
niet opeens weg, en b breekt niet op
Daarna wint
b en neemt a
dood wordt a geheel afgeworpen, en
is
veranderd. Hij was
Veeleer begint b met zeer klein te
door.
aanmerkelijk
Integendeel,
blijft
niets
af.
zijn,
En
dan
niet gelijk a, hij
werd
eenmaal gan-
onderwijl a nog eindelijk, in
b over.
den
Te zeggen
dat het „zaad Gods" een zekere zelfstandigheid ware, die door den Heiligen
Geest
in
onze
ziel
werd ingedragen, zou
er vanzelf toe leiden,
om ook
de zonde een soort giftige bacil te zien, die door den Satan in onze
in
ziel
ware ingeschoven. Zoo zou dan de zonde als een apart wezen in ons wonen, en het zaad Gods als een tweede apart wezen, en het zou feitehjk alles buiten ons persoon omgaan. Het zou een ziekteproces, en een medicatie worden, die onzen persoon, ons ik niet raakten. Steeds hebben daarom de profeten en apostelen, en op hun voetspoor, de Gereformeerde vaderen dan ook geleeraard, dat de zonde geen zelfstandigheid is, maar een om-
God in onze ziel ten goede schiep, in haar tegenMaar diensvolgens was het dan ook steeds onze belijdenis, dat de
zetting van de kracht die deel.
is het inschuiven in onze ziel van een nieuw maar een werking Gods in onze ziel, waardoor wat krom en verdraaid was geworden door de zonde, weer recht werd gezet. Te Dordrecht in 1619 is het zoo schoon beleden: „Voorts wanneer God dit zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert, en de ware bekeering in hen werkt, zoo is het dat Hij niet alleen het Evangelie hun uiterlijk doet prediken, en hun verstand krachtiglijk door den Heiligen Geest verlicht,
wedergeboorte evenzoo niet bestanddeel,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's