De gemeente gratie - pagina 493
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VLOEK EN SCHEPPING.
489
LXV. Vloek en Schepping-
En worp,
van hen
scheidde zich
hij
en knielde
omtrent eenen steen-
af,
bad, zeggende
neder en
wil,
maar de nwe geschiede.
engel
:
Vader, of Gij
wegnemen Doch niet mijn En van hem werd gezien een
wildet dezen drinkbeker van mij
I
den hemel, die hem versterkte. En
uit
bad
strijd zijnde,
hij te
ernstiger.
En
zijn
in
zwaren
zweet werd
gelijk
groote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
LuKAS 22
Metterdaad in
zijn
we
41—44.
de oplossing van het ontzettend vraagstuk, dat ons
spanning houdt, thans een aanmerkelijke schrede nader gekomen. Het
van
karakter
vorm
alle
ellende
om
nam een gansch anderen
der zonde wil,
aan, dan waarin het gemeenlijk voor onzen geest trad. Veelal scheen
het alsof alle ellende en menschelijk als
:
beschouwen was,
lijden, uitsluitend te
een straf ons van Gods wege toekomende
als
;
een kwaad des
lijdens,
ons ter vergelding van onze ongerechtigheden opgelegd; een thuiszoeking
aan ons en onze kinderen van het door ons of door onze ouders bedreven
kwaad. Wie recht het verzoeningswerk en voldoeningswerk van den Middelaar verstond, voegde er dan wel bij, dat voor de vrijgekochten des
Heeren
dit
karakter van straf was weggevallen, doordien Christus de straf
voor ons droeg, zoodat voor Gods kinderen in plaats
meesten
van straf allerminst
kastijding dan
althans staande,
bij
is
geworden
helder
nog toegaf
groote
maar
alle
zelfs dit
lijden
drong
Of ook, waar men
thans kastijding tot het besef
der
karakter
van
de gewone ellende des levens, hield
men
door. bij
;
volksrampen,
of
bij
het
dit
uitbreken van
pestilentiën
dat ook de vrijgekochten des Heeren hieronder nog hadden te
verkeeren, als
overkwam hun een oordeel Gods.
Natuurlijk toonde, wie zoo
sprak in het minst niet te verstaan, dat de Heere „a//e onze ongerechtigheid op
hem
heeft doen aanloopen," noch ook in te zien, dat een plage,
een oordeel en een straf voor de onbekeerde menigte kan dat het dit voor de verlosten van Jezus ooit gelaten,
(nu
weet elk onzer, hoe
zijn
kan.
in stichtelijke geschriften
Maar
zijn,
zonder
nu daar-
dit
en in predikatiën
afgezien van Jezus' plaatsbekleeding) bijna uitsluitend dit vergeldend
karakter der ellende op den voorgrond trad. Heiligend tevens,
Maar
juist
daardoor heiligend, dat Gods heilig misnoegen er
o,
voorzeker.
in
openbaar
wordt. Altoos naar den grondtoon van Psalm 119: Eer ik verdrukt werd
de dwaalweg, maar nu, geleerd, houd ik geldend karakter van de ellende
als straf,
uw wet
en wegen. Van
dit ver-
ging door ons nader onderzoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's