De gemeente gratie - pagina 81
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
77
ONGETEMPERDE WERKING VAN DEN VLOEK.
worden toebediend. In het wederdoopen of overdoopen kwam dan ook feitelijk heel hun levensbeschouwing uit. Ze leerden niet dat men tweemaal mocht of kon doopen. Dat ware ook op hun standpunt een ongerijmde
Maar ze bedoelden te zeggen, dat noch de kerkelijke noch de kinderdoop Doop was of kon zijn; dat ze dezen dus niet als doop mochten eeren; dat een aldus gedoopte nog een onheilige was; en dat zij eerst door den doop der heiligen iemand in den kring der heiligen stelling geweest.
konden opnemen.
Zoo
blijkt
dus hoe heel het Doopersche wezen
te verstaan
is,
uit
een
overnemen van de grondstelling der toenmalige Roomsche kerk over de verhouding tusschen het natuurlijke en geestelijke, alleen maar met deze wijziging, dat voor de kerk, als instrument der genade, in de plaats wordt geschoven de kring der heihgen als door God zelf nieuw geschapen en verlicht. Want wel zagen de Dooperschen, en nog zelfs Menno Simonszoon dit niet in, en stelden zich
meest aan,
alsof ze alleen uit de Heilige Schrift
en uit de geestelijke ervaring des levens redeneerden; maar dit was zelfbedrog. Bij alle Schriftuitlegging hoort een analogia fidei, d. i. een regel der belijdenis des geloofs, of gelijk wij tegenwoordig zeggen zouden, een
van de grondbegrippen, de beginselen en de grondstellingen die geheel uw levens- en wereldbeschouwing beheerschen. En die grondstellingen nu hadden de Dooperschen, voor wat de verhouding tusschen het belijdenis
natuurlijke en geestelijke
opgemaakt, maar
uit
leven betreft, niet zelve uit de Heilige Schrift
de oude kerk gevonden, en in den kring der heiligen
beroep op de Schrift was daarbij niets dan schijn en zelfmisleiding. Vandaar dan ook dat ze zich steeds op de ééne reeks
binnengedragen.
Hun
van Schriftuitspraken beriepen, en de andere meer principiëele reeks, die er tegenover stond, voorbijzagen en doodzwegen. Ook onder de Nederlandsche Christenen heeft én Guido de Brés, én a Lasco, én Microon en zoo menig ander geleerde met hen, zich de moeite getroost, om met onnoembaar geduld hun valsche leer omtrent de Vleesch-
wording des Woords
te bestrijden,
maar geen hunner
is
er een stap
meê
gevorderd. Niet omdat de Dooperschen oneerlijke lieden waren, maar omdat
de Roomsche kerk overgenomen grondstelhng aan hun Schriftonderzoek voorafging, en er niet door kon gecontroleerd worden. Overmits
hun
nu
uit
die
grondstelling over de verhouding van natuur en genade
in de opvatting
bij
Rome
van de kerk nog een correctief vond, dat ze verloor, toen werd overgedragen, viel er geen winste maar
ze in de Doopersche kringen verlies
te
constateeren
;
niet
natuurlijk
wat het
persoonlijk
leven der
maar wel wat aanging
vrome Doopers of Mennonieten hun invloed op belijdenis, kerkelijk wezen en burgerlijk
ernstige en
betrof,
leven.
De
huidige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's