In Jezus ontslapen - pagina 149
,EN HIJ ZAL NIET
MEER DAAR UITGAAN ".
133
nooit meer uit Gods tempel uit zult o-aau d. w. z. dat zelfs de verleiding tot zomle voor u niet meer bestaat, dat de zoude alle vat op uw hart zal verloren hebben, en dat de begeerte, om ook maar één ondeelbaar oogenblik uit den tempel Gods uit te gaan, nimmer in uw hart zal opklimmen. De klem van Jezus' belofte ligt dus niet daarin, dat de zonde niet meer bij u kan, maar dat ge, al kon ze voor de deur van dien heiligen tempel zich nogmaals in al haar verraderlijke verlokking vertoonen, gij zelfde neiging, de trekking, de verlokking om tot haar uit te gaan nimmer zoudt gevoelen. En dat is de zaligheid. Dat is de reinheid des hemels. Dat is de heiligheid van de volmaakt rechtvaardigen. De zonde bekoort, lokt en trekt hen niet meer. Er is voor de zonde niets meer in hun hart. Geen vezel in de ziel meer, die zich naar de zonde toebeweegt. Alle zonde is hun volmaakte wanklank geworden. Geen enkele echo op het gefluister der zonde, kan uit hun gemoed meer opgaan. De zonde is hun het volstrekt afschuwelijke, het absoluut booze, het volmaakt weerzinwekkende geworden. De zonde is hun de adem van Satan geworden, en ze danken hun God eeuwiglijk, dat die giftige ademtocht van Satan in het Vaderhuis nimmer doordringt. Toen Asaf buiten Gods tempel omzwierf, toen werd hij in zijn nieren geprikkeld, en vlamden zondige gedachten in zijn hart op. En dat duurde tot hij weer in Gods heiligdom inging, en toen werd elke zondige gedachte in hem gebluscht. Lees het maar in Psalm 73. Welnu, dit laatste, dat is de blijvende toestand van de gezaligden daarboven. Ze zijn in het heiligdom. Ze gaan nooit meer vit het heiligdom. En daarom nooit komt zelfs niet de gedachte, het beeld der zonde in hen op. gij
,
,
,
En nu
,
zij gevraagd, niet aan de oppervlakkigen die nog spelen met hun ziel, maar aan wie vroom en Godzalig poogt te leven, of er heerlijker, rijker, volzaliger gedachte in hen kan opklimmen, dan om aldus voor eeuwig van de zonde en haar verloksel af te zijn. Niet nog te moeten overwinnen, en eerst na elke overwinning de liefde en de gemeenschap van zijn God te genieten, maar te hehhea overwonnen, en nu te weten dat er geen vijand meer voor u bestaat; dat het waken en strijden, het worstelen en u
altoos
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's