Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 154

2 minuten leestijd

,EN IK ZAL OP HEM SCHRIJVEN DEN NAAM MIJNS GODs'

138

Zoo

God door zijn openbaring zijn afschijnsel in zijn maar eerst in de uitdruJck'mg van ons creatunrlijk

schrijft

schepping:

w^ezen wordt dit afschijnsel tot een naam. Dies jubelt David in psalm 8: „o, Heere, onze Heere, hoe heerlijk is uw Naam op de gansche aarde. Ook dus op het onbewoonde eiland. Maar eerst als op dat eiland een mensch die God kent, voet aan wal zet, komt die Naam des Heeren er tot uitdruhhiiig. Zoo is dan Gods naam nu reeds in zijn heiligen. In hun hart, in hun bewustzijn, in hun gebed, in hun zelfofferande iii hun heimwee naar het vaderland daarboven: maar in dit

nog gebrekkig, van klank onzuiver en onvolkomen. Er uit den zondigen wasem van ons hart altoos een nevel

alles

trekt voor.

En

Naam

ook,

al

is

het

dan dat het dien heiligen

Een

dat

wegzinken, ons wezen

we geestelijk volzalig zelf ver-bergt dien

Naam

Naam

in dien veeleer,

zou uitdrukken.

straalt, bij het licht der zon, heerlijk het naar den hemel terug ah hij geslepen is.

saffier

des hemels

blauw

,

Maar eer en anders De nog ongesiepen blauw des hemels in

niet. saffier

schittert

niet,

maar verbergt het

zwevende dofheid.

ziin

Doch eens komt ook voor ons de

staat der heerlijkheid, als

wanneer de volheid van de uitstralende genade, die ons werd wigfedi-ukt ook iu volkomen zuiverheid door ons zal worden uitgedrukt. Dat wacht op onze tweede incarnatie, op ouze nieuwe incor,

poratie, als de afgescheiden en lichaamlooze ziel haar lichaam terug erlangt. Niet de rups die in het graf ging maar de vlinder met zijn pracht van kleuren en lijnen. Als onze doodeu en wij eens er uit zullen zien zooals Jezus er nu reeds uitziet en ,

,

,

zooals Johannes

,

hem aanschouwde op Pathmos.

En dan zal ook bij ons allen, wat in ons is, tot uitdrukking uitkomen. Tot uitdrukking in ons oog, tot uitdrukking iu onze gelaatstrekken tot uitdrukking in geheel onze zuivere en hemelsch-reine schoone verschijning. Dan zullen we niet, gelijk nu, soms wezenloos, en dan weer eens vol uitdrukking zijn maar storeloos vol van uitdrukking. En die uitdrukking zal niet uu eens vroom en dan gewoon maar altoos heilig zijn. Niets in ons hart stralende, dan licht uit God, en niets dan de Naam des Heeren in al de tinten en lijnen van ons optreden uitgedrukt. ,

,

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's