De gemeente gratie - pagina 439
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE NATUUR NIET IRRELIGIEUS. en uit den aard der zaak onmiddellijk, of wil rechtstreeks
moeten toegaan. Het leven
een nadere verklaring vinden
435
men
en dat in stand
zal,
buiten middelen,
d.
i.
waarvoor men nimmer
zelf is iets
blijft
door Gods recht-
grondkrachten der natuur kunnen niet
mogendheden. Alle dan rechtstreeks door Gods mogendheid gedragen worden. En hoever ook, om slechts dit ééne voorbeeld te noemen, de sterrenkunde er in slagen moge, om de natuur, den loop en den ouderlingen samenhang streeksche
anders
van de starren des hemels
te verklaren, toch is het duidelijk, dat er
een
die er de stuwkracht macht buiten en boven het firmament moet in bracht en gaande houdt, en het geheel als zoodanig belet in elkander te storten. Wat Jesaja zegt van Hem die al starren „bij name roept vanwege de grootheid zijner kracht en omdat Hij sterk is van vermogen," blijft zijn,
tastbare waarheid.
Maar
al
of buiten
zoodra
we
denken we er
hoofde niet aan het werken Gods zonder
uit dien
middelen te willen ontkennen, toch uit
is
het even duidelijk, dat,
deze grondkrachten der schepping tot haar ineenstrengeling
en afgeleide gevolgen opklimmen, schier
we
aard wordt. Zelfs kunnen
alle
werking Gods middellijk van
verder gaan en zeggen, dat
alle
werking
Gods, die door ons kan worden nagespeurd, zulk een instrumenteel karakter draagt,
d.
i.
zich
van
dat bestaat als instrument bedient. Al
iets
wat rechtstreeks toegaat ontsnapt aan onze waarneming. Voorwerp van onze kennis kan alleen datgene zijn, waarbij we naar zekere regelmaat een aangewezen werking uit een aanwijsbare oorzaak zien voortkomen. En zoodra we de grens van dat breede terrein bereikt hebben, en toekomen aan die krachten en werkingen, che geen nadere oorzaak aanwijzen of
ook geen regelmaat van werking meer blootleggen, bewonderen, aan-
bidden en gelooven we, maar kunnen met onzen onderzoekenden geest
hebben dus
niet verder, en
dwaas derhalve
als
het
af te zien
zijn
zou,
uit
van
van deze dieper liggende grondkrachten rijmd zou het dellijk
en
zijn,
indien
instrumenteel
we van
uit
karakter
alle
verdere wetenschap. Even
dien hoofde het werkelijk bestaan te willen
ontkennen, even onge-
ons geloofsstandpunt voor het mid-
van
de
afgeleide
krachten het oog
wilden sluiten.
Toch
is
het noodzakelijk hier een oogenblik
het geloof er steeds, en tei-echt op uit
is,
om
bij
stil
te staan, overmits
ook in de afgeleide krachten
en werkingen, die door de middelen werken, zeer wezenlijk „het werk
van Gods mogendheid" vast
houden. Dit te doen
te
is zelfs plicht.
Als
het onweder dreunt door het zwerk, wil meer dan één natuurkundige ons
beduiden, dat dit niets met
God
Er hoopt zich
op
electrieiteit
te in
maken
heeft.
de lucht. Die
Het
is
zoo doodeenvoudig.
electriciteit
wordt
in
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's