De gemeente gratie - pagina 632
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TWEE LEVENSSFEREN DOOREENGEMENGD.
628
rijkdom en volheid eerst in alle menschen saam kon uitkomen, dat
zijn
moest verwezenlijkt worden door
zijn
de volle ontwikkeling van ons geslacht,
in
volledige heerschappij
over de natuur.
En
dit
overeenstemming met de oudste scheppingsordinantie
mensch naar over de
zijn
:
weer geheel in schiep den
God
beeld en zeide: „Vermenigvuldigt u en hebt heerschappij
natuur." Deze erkenning nu van het zelfstandig doel, dat het
voortbestaan van de wereld in zichzelf bezit,
van het hoogste aanbelang,
is
overmits zonder dat heel ons maatschappelijk leven elk ander dan bestaansdoel verhest. Iets wat
men
het sterkst gevoelt
bij
utilitair
de kunst. Rem-
brandts kunst heeft niets met onze eeuwige zaligheid te maken, en daarom
zou een dualist alUcht zeggen, dat de „zeven nieten" van Schortinghuis
hem wel werken.
zooveel waard zijn als heel de collectie van Rembrandts pracht-
Op
standpunt heeft noch netter woning, noch
dit
noch edeler spijsbereiding waarde, en
met een Bij
is
de cel en
fijner gewaad, van den monnik,
maar
bolle broods en een waterkruik, niet alleen evengoed,
beter.
de erkentenis van een zelfstandig doel daarentegen heeft alles waardij
en beteekenis, en ontstaat vanzelf de drang, rekken, maar ook
te
pij
om
om
niet alleen het bestaan
in het leven zelfs iets uit te
drukken, en dat te
doen in steeds sprekender en voller uitgewerkt beeld. Dit ondergeschikt punt, het
is
is
alzoo geen
een der hoofdgedachten die geheel onze wereld-
beschouwing beheerschen. Een hoofdgedachte die voor het Gereformeerde hart dan eerst naar eisch gezet is, zoo duidelijk wordt uitgesproken, dat het
God
ment
zelf
zijner
is,
die tot prijs
Gemeene
gratie
van
zijn
Naam
als
Schepper, door het instru-
den bloemknop, ook nadat Satan den stengel
van den stam scheurde, nochtans ontluiken doet. Niet genoeg kunnen we dan ook op aandringen, dat onze lezers zich deze hoofdgedachte diep inprenten. Men kan niet goed Gereformeerd tegenover het leven staan, en er
men wordt
zijns
ondanks toch weer met kloosterideeën
mijdingen behept, zoo
Hiermede echter
men van
zijn
we
of
Doopersche
deze grondwaarheid niet doordrongen
is.
er nog niet.
God aan de twee werkingen van zijn Genade, zoo aan de „Gemeene gratie" als aan de „Particuliere genade", een eigen, geheel afgezonderd terrein had aangewezen. Had het God den Dit alles zou wél loopen, bijaldien
Heere behaagd om (zoo we
dit plastisch
mogen uitwerken)
in
Europa
alle
uitverkorenen, en niets dan uitverkorenen te doen geboren worden, en
daarentegen in Azië en Afrika het terrein geheel aan dezulken over te
dan „Gemeene gratie" ontvingen, zoo zou men twee stroomingen van menschelijke ontwikkehng hebben: de ééne volstrekt vreemd aan al wat tot het leven der wereld behoort, en de andere geheel vreemdeling in wat behoort tot het leven des hemels. Zelfs is het niet onmogelijk laten, die niets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's