De gemeente gratie - pagina 112
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VERBAND VAN PRAEDESTINATIE EN SCHEPPING.
108
hout uit het vuur gerukt worden", en dat het menschelijk geslacht als zoodanig voor eeuwig voor God verloren is, dan moet tegen deze averechtsche voorstelling zeer ernstig geprotesteerd.
brandhout
uit
brandhout
het vuur gerukt" dient
een stuk hout, dat van het veld of uit het bosch in huis
is
met het doel om
gebracht,
Reeds tegen de uitdrukking: „een verband gewaarschuwd. Een
in dit
er het vuur
meê
te
onderhouden. Is nu zulk
een brandhout eenmaal op het vuur gelegd, dan laat
en rukt niemand het er
dan ook
staat
in
een „vuurhrand"
uit,
eenvoudig
uit
men
wijl dit tot niets
onze Overzetting (Zach. 3
:
is
2) niet,
het branden,
zou dienen. Er
een „brandhout" maar
het vuur gerukt, wat kennelijk bedoelen moet, dat
verkeerdelijk in het vuur geraakt was, in dat vuur reeds vlam had
iets
maar nu nog tijdig uit het vuur uitgerukt is. Doch dit slechts in het voorbijgaan. Hoofdzaak is liier, dat wie slechts van de redding van enkele menschen spreekt, en het menschdom, de menschheid, het menschelijk geslacht be-
gevat, zóó verbrand zou
en voor verbranding
schouwt
als
iets
zijn,
bewaard
dat voorbij en teloor gaat, toont niet te verstaan, wat
de menschheid, ja in het algemeen niet te begrijpen, wat een organisme
is.
Eenige wortelen, met eenige takjes, eenige bladen, en eenige bloemen,
maken nog volstrekt geen plant. Een plant vormen ze dan eerst, als ze alle saam uit één kiem zijn opgekomen, en met levenssamenhang aan elkander vastzitten. Evenzoo spier, als
is
het
bij
een
dier.
Zekere hoeveelheid bloed,
zenuw, been en huid maken nog volstrekt geen dier
de slachter heel zulk een verzameling stukken in
uitgestald,
uit.
zijn
Integendeel,
winkel heeft
hangt er toch geen rund en hangt er geen kalf meer, maar
het rund en het kalf weg. Slechts zoolang
was het
is
dier aanwezig, als al
deze stukken en deelen als lidmaten van één levend lichaam in elkander zaten.
Het
staat dus volstrekt niet gelijk, of ik zeg: Hier zijn eenige tak-
ken, eenige bladen, eenige bloemen,
Daar
staat de
boom met nog
eenige bloemen, maar
maar de boom
is
weg, of dat ik zeg:
eenige takken, nog eenige bladen en nog
van afgesnoeid. Een boomgaardenier, wien men boodschapt: Er liggen in uw boomgaard nog eenige takken met
rijke
al
het overige
appelen,
is
er
maar de boomen
gegaan, zou daaraan terstond weten, dat
omgehakt en teloorboomgaard kwijt was, en
zelf zijn
hij zijn
dat die enkele takken met appelen ternauwernood voorbijgaande waarde
hem hadden. En zoo nu ook gaat het niet aan, van den hemelschen Landman te zeggen, dat God wel een stam der menschheid in zijnen hof voor
geplant had, maar dat die stam teloor
is gegaan, en dat dit daarom niet omdat toch enkele takken van dien stam gespaard zijn gebleven. De stam, de boom, de plant is nog heel iets anders dan de takken, de bladeren en de vruchten. De stam gaat in waardij alle toevallige takken te boven. En wie wel afweet van het voortbestaan van enkele bloemen, maar de plant als verloren beschouwt, heeft wel een bouquet, een ruiker.
hindert,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's