Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 157

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 157

2 minuten leestijd

141

,TE ZITTEN IN MIJNEN TKOOn".

Nu is erlaiig-eu van deel aan koninklijke eere en koninklijke heerschappij onder ons ondenkbaar, maar was in het Oosten ver van zeldzaam. Liet niet Pharaö Jozef kleeden in het koninklijke gewaad en werd hem niet de macht over heel Egypteland gegeven? Lezen we niet in Esther (6 8) dat men den verkorene des konings zou aandoen het kleed dat de koning pleegt aan te trekken, en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd zou worden gezet? Staat ook van Daniël niet vermeld, hoe Belzazar hem gelijke koninklijke eere toezei? Zong niet David van Messias hoe God hem betuigd had „ Zit aan mijne rechterhand (d. i. op mijnen troon) totdat ik uwe vijanden zal gezet hebben was de Grootvizier tot een voetbank uwer voeten " ? Kortom die feitelijk alle macht uitoefent en eere als de koning zelf geniet, niet heel het Oosten door de heerscher tot wien allen ,

:

:

,

opzagen ?

Vandaar dat het zitten van Jezus als Koning aan Gods rechterhand in de dagen der apostelen niemand vreemd leek, en zelfs de vraag waar dan het koningschap van God zelf bleef, bij niemand deed opkomen. Alleen maar, wat de Christus ontving, ging in één opzicht nog alle Oostersche hofeere te boven. Pharaö gaf aan Jozef alle macht over land en volk, en zelfs over het vorstelijk paleis, maar voegde er toch bij „ alleen dezen troon zal ik grooter zijn dan gij " (Gen. 41 40). Doch zelfs die troon heeft God zijn Gezalfde toegewezen. De verhoogde Middelaar zit met den Vader in zijnen troon. En zittende in dien troon blijft zijner de bede: „Vader, ik wil dat waar ik ben, ook die bij mij zijn, die Gij mij gegeven hebt": en het is op die bede, dat de belofte het Amen brengt, als het hem, die overwint, op Pathmos wordt toegeroepen: Gelijk ik overwonnen heb, en nu zit met mijnen Vader in zijnen troon, zoo zult ook gij in den dag van glorie met mij zitten in mijnen troon. :

:

Natuurlijk komt het hierbij op de toekenning van macht en heerschappij aan. Van een zichtbaren troon kan hier geen sprake zijn. Immers vergeet niet, dat deze eere aan alle gezaligden beschoren is. Wie niet overwon, maar bezweek, gaat niet ter zaligheid in. En wat onbezielde paradevoorstelling zou het dan zich Jezus te denken als gezeten op een troon die niet zijn ruimte aanbood voor al Gods uitverkorenen, ontelbaar als de ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 157

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's