De gemeente gratie - pagina 546
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE KOEPOKINENTING.
542
den weg insloeg, dien God wil dat
we
men medische
volgen zullen. "Wat
wetenschap, of ten deele hygiënische onderzoeking noemt,
niets
is
dan
dit
onderzoeken, probeeren en beproeven, en niet genoeg dankbaar kunnen we dezen onderzoekers zijn, die ons aldoor vooruithelpen. Tegenspraak is hier zelfs afgesneden. Dat er doeltreffende middelen tegen allerlei lijden
meer betwisten. Dat God dit geweten heeft, zal God ze ons desniettemin toch niet rechtstreeks Dat niemand ontkennen. bestaan, kan niemand
geopenbaard over,
heeft, staat vast.
dan dat God
komen door
achter
er
alzoo geen andere mogelijkheid
blijft
dat wij ze zelven vinden door ze te zoeken, er
wil,
ze
En
te
beproeven, en „door probeeren leerend," alzoo
door ervaring wijzer worden.
Op
waarom God dezen weg verordend
de vraag
heeft en ons omtrent
alle deze dingen des natuurlijken levens geen rechtstreeksche openbaring
schonk, kunnen
werp
is
we
thans niet dieper ingaan. Voor het onderhavig onder-
het genoeg, zoo de regel, dat ge alleen door te zoeken vindt,
door te onderzoeken wijzer wordt, en door te ervaren en te probeeren leert, u maar diep als door God gestelde regel in de ziel worde geprent, en ge voorgoed als dwaling de meening
aflegt,
dat aldus de middelen op te
sporen, tegen Gods wil zou ingaan. Schoon en aangrijpend wordt dit zoeken, onderzoeken en naspeuren van den mensch op stoffelijk en natuurlijk gebied ons door Job geteekend (hfdst. 28 1—14). „Het goud en het zilver," :
zoo zegt
hij,
„heeft
God verborgen
in
den grond en
maar de mensch weet er achter te speurt de mensch na. Het einde dat God gesteld
rivieren,
en
al
in het
stroombed der
komen en smelt
het uiterste onderzoekt
hij,
ze op. Alles
heeft voor de duisternis
het edelgesteente dat in donkerheid
ligt
en dat schuilt in de diepte der aarde en in de schaduwe des doods. Een beek of een bergstroom weet de mensch te verleggen door het uitgraven
van de zijwanden der bedding. Uit de harde aarde weet hij koren en uit dat koren zich brood te bereiden. Wat geen adelaar bespied heeft, bespiedt den mensch. Hij doorzoekt paden en gangen waar geen leeuw of roofdier
komen
kon.
Hij graaft in berg en mijn, en brengt de rijkste schatten uit
de aarde voort. Niets weerstaat
zijn
onderzoeking."
Schrift afgekeurd? Integendeel.
Heilige
God
zelf heeft,
adelaar, de heerschappij over heel de natuur in de gesteld,
en wat afgekeurd wordt
is alleen,
Wordt
dit nu in de boven leeuw en
hand van den mensch
dat de verwaten en vermetele
mensch, door deze onderzoekingen hoogmoedig geworden, niet Gods wijs bestel in dat alles eert, maar zich inbeeldt, dat hij dit alles dankt aan eigen
Ook ten maar het
wijsheid.
niet stilzitten,
opzichte van ziekte en pestilentie is
Gods wil en weg, dat de mensch
mogen we dus zal
naspeuren,
geen krachten en middelen besloten zijn, pestilentiën te voorkomen. Wie er in stuiten en deze ziekten te om zulke slaagt, zulk een middel te ontdekken, verheerlijkt alzoo den Schepper, en of er in
de natuur door
God
zelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's