De gemeente gratie - pagina 443
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE NATUUR NIET IRRELIGIEUS.
439
en te rijker door. Wij menschen werken in een fabriek aan saauigestelde goederen, en moeten daarvoor elk stuk apart maken, en dan het geheel ineenzetten uit zijn deelen. Een uurwerk kunnen we maken,
juist te heerlijker
en nog een uurwerk, en altoos weer een uurwerk. Maar een uurwerk maken, waaruit vanzelf en aldoor weer een horloge zou voortkomen, dat
kan de mensch
En
organisch.
niet.
dit
Al óns werk
mechanisch en God alleen werkt
is
zijn majesteit,
juist is
dat Hij in ons
bij
de schepping
eeuwen de dingen zoo heeft ingericht, dat één stroom van leven, alle eeuwen door uit zijn eerste schepping zou voortkomen. God had het ook anders kunnen doen, en elke plant en elk dier weer opnieuw kunnen scheppen. Maar het zou minder rijk, 'tninder Goddelijk geweest zijn. En zooals Hij het nu deed, is het onvergelijkelijk majestueuser en wonderbaarder, mits ge maar steeds in het oog houdt, dat al wat aan kracht of aan vermogen in de natuur schuilt, er door Hem zelve op eenmaal voor alle volgende
ingelegd
is
gedragen.
en er door
Oók
zijn
dit laatste,
alomtegenwoordigheid elk oogenblik in wordt
want het
is
niet alzoo, dat
God
het in de schep-
ping afdeed, en nu voorts de natuur uit zichzelve doet werken. Neen, maar
van oogenbhk en in elk
tot
oogenbhk
dier, alle
is
Hij het die,
alomtegenwoordig
in elke plant
deze vermogens in stand houdt en werken doet.
Reeds dit nu is van gewicht. Er blijkt toch uit, dat de afkeer, die bij velen van de middelen bestaat, voortkomt uit een fout in hun belijdenis. Natuurlijk bedoelen ze dat in het rechtstreeksche
God
heerlijker uitkomt.
Maar
uit
het aangevoerde blijkt
dan
toch,
zijn
organische schepping juist daarin op het hoogste blinkt, dat Hij niet
dat dit geheel verkeerd begrepen
is,
en dat Gods majesteit
in
eindeloos weer scheppen eenvoudig zichzelven herhaalt,
maar dat Hij wonderbaar en majestueus in het eerstgeschapene al datgene verborg, waarvan Hij zich nu als middel bedient, om zijn natuur, in al haar rijkdom, te doen voortbestaan. in
liVIII. Mensch Dat
Er
is
alzoo
zij
eii
dier.
niet zaaien
noch maaien.
Matth. 6
:
26.
scherp te onderscheiden tusschen hetgeen God in of voor
m
maar zonder
ons, en tusschen hetgeen Hij of voor ons, maar door ons doet. Als de zuurstof in de longen ons bloed moet prikkelen, dan doet
ons,
God
dit,
maar buiten ons om, meest
zelfs
zonder dat
we
het merken of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's