De gemeente gratie - pagina 167
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
jEzus' EN rome's rechtsbedeeling.
163
de handen der Romeinen te brengen, en daardoor de bedeeling van het
in
Romeinsche recht
in
Jezus' dagen ook te Jeruzalem te doen gelden, alle
ding aldus beschikt heeft, dat ook op dit punt de gemeene gratie Jezus'
Middelaarschap dienen moest.
Slechts dient hier, ter voorkoming van misverstand nog iets aan toe-
gevoegd.
Ongetwijfeld
stond
de ontwikkeling van het recht
de Ro-
bij
meinen, wat den vorm aangaat, hoog; maar hieruit volgt nog volstrekt niet,
dat daarom ook de zedelijke orde zelve, die door dat recht in de
menschelijke samenleving werd gehandhaafd, de ware, de waarachtige, de
van God gewilde was. Integendeel, lijke
alle
door dit recht bezwangerde zede-
wereldorde en maatschappelijke saambinding, was in den wortel on-
heihg en onwaar. En uit den levenskring, waarin dit recht heerschte, kon, tengevolge van de valsche uitgangspunten, die het zich koos, ten slotte nooit anders voortkomen,
dan die valsche
zedelijke wereldorde, die in het
keizerschap van keizer Augustus, den als god aangebeden machthebber,
belichaamd was. Tegen die valsche zedelijke wereldorde plaatste daarom de
Jezus
zedelijke
wereldorde van het Koninkrijk Gods over,
d.
w.
tegenover een rechtsorde die van de souvereiniteit van het individu ging,
en daarom ten slotte én met het sociale element
met de
souvereiniteit
Gods
in botsing
in
ons leven, én
moest komen, die eenig ware rechts-
orde van het Koninkrijk Gods, die in de hoofdsom der geboden, het liefhebben van
God
bovenal,
plechtanker vindt. Tegenover valschheid plaatste Jezus waarheid,
door
God
wereldorde,
d.
in
i.
en van den naaste als onszelven, haar
tegenover een valsche opvatting van het leven, die in
lijke
z.
uit-
strijd
d.
w.
z.
was met de
herstelde orde, plaatste Jezus de ware belijdenis van een zededie
met Gods ordinantiën overeenstemde, en
Koninkrijk verwerkelijkt zou worden. Vandaar dat
hij tot
in
zijn
Pilatus sprak:
„Hiertoe ben ik in de wereld gekomen, opdat ik der waarheid getuigenis
zou geven."
Woorden
die
natuurlijk geen zin hebben, als
men
ze opvat,
de zondaarshefde Gods te openbaren, of gelijk Pilatus het opvatte,
om om
een wijsgeerig vraagstuk op te lossen. Hij sprak van het Koninkrijk.
Om
als
had Jezus bedoeld
Koning sprak,
te
was
zijn
te zeggen, dat hij in
hij in
de wereld was gekomen
de wereld gekomen
;
de waarheid,
W'
aarvan
hij
sloeg hier dus op de rijksorde van het Koninkrijk Gods, en deze
waarheid tegenover de diepe leugen van die pseudo-zedelijke het Romeinsche recht had gevestigd en die in keizer Augustus tot voltooide ontwikkeling was gekomen. Het staat dan ook ten slotte tusschen den van God gezalfden Koning en den keizer dien men te Rome aanbidt. De uitroep: „Wij hebben geen anderen koning dan stelde hij als
wereldorde,
die
den keizer,"
is
wel waarlijk de kreet, waarmee Israël de zelfveroordeeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's