Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 19

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 19

2 minuten leestijd

,

gestadig sterven was, zonder eenige overdrijving betuigen kon, dat hij verlangend naar het einde uitzag, en dat eindeloos te genieten, wat hij één oogenblik op den weg naar Damascus genoot, voor hem zoo zeer verre het beste was. Maar juist dat maakt dan ook, dat zulk een zelfde woord op uw lippen slechts in die enkele oogenblikken waarheid kan zijn, als ge in hoog ernstige omstandigheden, er met uw geheele ziel inleeft, en dat ze klakkeloos na te spreken, terwijl geheel andere gedachten u vervullen, u niet verder brengt, maar achteruitzet en u went aan de holle, niet door uzelf doorleefde phrase. Ge spreekt dan Paulus na, maar spreekt zelf niet, en wat ge ,

"

den gevangene van

Rome

naspreekt

is

,

geen waarheid in

uw ziel.

Christus te zijn " heeft hier bij Paulus mystieke be„ Met teekenis. Hij wist zeer wel dat na een sterven op dat oogenblik alleen zijn geest van het lichaam afgescheiden tot de gestadige gemeenschap met den Christus zou zijn ingegaan. Hij voegt er daarom zelf bij dat hij begeerte heeft om ontbonden te worden d. i. losgemaakt te worden uit zijn zichtbare verschijning. Schrijft de apostel Johannes: „We zullen hem gelijk wezen, want we zullen hem zien gelijk hij is", dan doelt dit niet op wat terstond na het sterven intreedt maar op wat Gods kinderen ,

,

,

,

,

wacht na de wederopstanding. Zelf betuigt Paulus het dan ook „ Zoo we den Heere naar het vleesch gekend hebbeu, zoo kennen we hem nu niet meer naar het vleesch". Zijn sterke verwachting van met Christus te zijn, richtte zich dus niet op eenig lichamelijk aanschouwen, maar op zielsgemeenschap, niet op een staren in zijn heerlijkheid, maar op een genieten van geestelijke uitstroomingen. Daarom zegt hij ook niet: „met Jezus te zijn", maar „te zijn met Christus", want tusschen die twee namen ligt altoos het kenmerkend onderscheid, dat we aan Jezus denkende, in :

onze voorstelling

zijn

menschelijke verschijning voor ons halen,

van Christus sprekende het zielsoog ontdekken voor het Middelpunt van ons geestelijk heil. Het is wel zoo dat Paulus later de stille verwachting gekoesterd heeft van den dag van Jezus wederkomst te beleven, en zonder sterven, door wondere verandering, in de heerlijkheid in te gaan; maar daarvan spreekt hy hier niet. Toen hij schreef, dat „ met Christus te zyn zeer verre het beste is", dacht hij aan ontbinding en aan sterven, om zoo als afgescheiden ziel geestelijk tot de volle gemeenschap van zijn Heiland te naderen. ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's