Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 63

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 63

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

59

TEMPERING VAN DE ZONDE. minst niet van bewust, dat

op het punt had gestaan tegen God te

hij

zondigen. Hij zegt het vrijuit: „In de oprechtheid mijns harten heb ik dit gedaan", en hij vraagt kloekmoedig: „Heere, zult Gij dan een rechtvaardig

Van

volk dooden?"

staat er niets van,

schuldbesef dat wat

hier alzoo geen sprake.

is

hij

Abimelech ver-

wilde begaan, zonde tegen

God zou

zijn

Toch zou het dit zeer steUig geweest zijn. De Heere zegt het nadrukkelijk „Ik heb u belet van tegen Mij te zondigen.'' De werking der

gew^eest.

:

gemeene gratie ging hier dus geheel buiten het persoonlijk zedelijkheidsbesef van Abimelech om. Wat plaats greep was geen zedelijke werking, maar een mac/i^swerking. Het was God, die met zijn almachtige hand in het persoonlijk leven van Abimelech naar zin en ziel ingreep; zinlijk zijn bluschte.

Of

dit nu, gelijk

de Kant-

kracht brak en in de

ziel

teekenaars vermoeden,

door invallende ziekte plaats greep, doet er niet

toe.

zijn

lust

zulk een plotseling over iemand gebrachte krankheid

Ook

God op

toch een machtswerking van

voorshands geheel

denken hebben

in

zijn

persoon; ook

is

en

blijft

het hierbij

al blijve

het midden gelaten, of wij ons deze krankheid te

van waarneembare oorzaken, gevatte koude of wel dat God hem deze krankheid onmiddellijk, en zonder

als gevolg

iets dergelijks, of

tusschenoorzaken op het

lijf

wierp.

daad Gods nu, waardoor zonde belet wordt, lezen we ook elders in de Heilige Schrift. Zoo staat er in Genesis 31 4—7 „Toen zond Jakob henen, en riep Rachel en Lea op het veld tot zijne kudde en hij zeide tot haar: Ik zie uws vaders aangezichte, dat het jegens mij niet

Van

soortgelijke

:

:

;

doch de God mijns vaders is bij mij geweest. En gijlieden weet, dat ik met al mijne macht uwen vader gediend heb. Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon is als

gisteren en eergisteren

;

heeft hem niet toegelaten om mij kwaad was kwaad in het zin; de toeleg om kwaad te doen bestond de drijving der zonde was er, maar God heeft het verhinderd. Hij heeft Laban niet toegelaten, om aan Jakob dat kwaad te doen. In gelijken zin lezen we in Psalm 105 14, 15 „Hij liet geen mensch toe hen te ondertien te

malen veranderd. Doch God

doen."

Ook

hier dus

;

:

:

drukken ook bestrafte Hij koningen ;

om

himnentwille, zeggende

gezalfden niet aan, en doet mijnen profeten geen kwaad," toelaten"

niet

bestond

:

Tast mijne

waar het

in het verbieden, maar in het beletten,

om

„niet zijn

gezalfde aan te tasten. En waar het hier nog slechts enkele op zichzelf staande gevallen geldt, daar toont Romeinen 1 ons, dat deze zondestuitende werking een veel algemeener karakter droeg. Als er toch staat, dat de

Heere God de heidenen „overgegeven heeft in een verkeerden sin", ter oorzake van hun steeds verder gaanden afval, ligt hier vanzelf in opgesloten,

dat er een periode vooraf ging,

waarin God ze niet

losliet, niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 63

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's