De gemeente gratie - pagina 371
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE EAAD GODS.
367
zienigheid alle deze dingen zóó schikt en regelt, dat ze zijn uitverkorenen
ten goede komen, zoo het goed als
Gods
kwaad. Men neemt dan het Besluit
veel te eng en te beperkt, en laat voorts de Voorzienigheid
komen,
bij
liet
om
het ontbrekende aan te vullen. Het
is
dan
Gods
er
alsof onze zalig-
heid gevrerkt wordt door Gods Raad, buiten zijn Voorzienigheid, en alsof ons gewone leven beheerscht wordt door zijn Voorzienigheid, afgezien van zijn
Raad. Beide komen dan naast elkander te staan,
als
de twee bronnen waaruit
de zorg voor ons leven voortvloeit: de Raad Gods als de bron voor ons
eeuwig
heil,
en de Voorzienigheid Gods
als
de bron van ons wel en wee
in dit aardsche leven. Juist zoo echter stuiten
we dan op
dat gevaarlijk
dualisme, waardoor ons geloof langs twee paden uiteengaat, en de eenheid in
het bestel Gods niet meer gevoeld wordt.
Uitgangspunt voor alle juist inzicht in de Voorzienigheid Gods moet daarom zijn de belijdenis, dat de Raad en de Besluiten Gods alomvattend zijn, wat zeggen wil, dat de eeuwige Raad Gods over alle dingen gaat, en
noemen of te bedenken is, hetzij groot of klein, dat niet Gods is opgenomen, ja, sterker nog, uit die Besluiten Gods voortkomt. Ongetwijfeld is er ook in dien Raad Gods perspectief, d. w. z. dat het ééne stuk uit die Besluiten veel gewichtiger is, en meer dat er niets te die
in
Besluiten
het geheel beheerscht, dan het andere, hetwelk slechts op één persoon of
op één geval betrekking heeft, maar uitzonderen moogt ge van dien Raad
Gods niets. Of er bij warm weder een enkele spreeuw of musch meer of minder dood van de takken valt, is zeer zeker al zeer onbelangrijk voor de wereldhistorie, en toch kan ook dat dood neervallen van dat waardeloos vogelken niet plaats grijpen zonder
God kan
niet anders
werken dan
den wil van God, en die wil van
uit zijn Besluit.
Of
in Afrika
tende negers elkaar een bos haar uit het hoofd trekken,
twee vech-
op zichzelf genomen, voor den gang der dingen zonder de minste beteekenis, en toch leert Jezus ons, dat
twee negers,
er
de haren onzes hoofds, en dus ook van die
zijn,
Wat
wij,
schroomvallig en vreezende oneer-
niet
:
is
zijn
zelfs
zouden durven zeggen, heeft geen minder dan Jezus klaar en duidelijk uitgesproken er is niets dat buiten God omgaat, en
biedig te zelf
God
alle geteld heeft.
niets dat ge sluiten
moogt buiten
eeuwigen Raad. Wie het anders
zijn
zegt,
zakelijk en organisch verband, dat er tusschen hij
is,
besluitenden wil,
d.
i.
buiten
verbreekt terstond het noodrt7/e
dingen onderling bestaat;
miskent de eenheid van Gods schepping, en verlaagt ze
tot
een ineen-
gezet werktuig, tot een mechanisme, zooals wij menschen dat maken.
Op
dit
verschil
tusschen een ineengezet mechanisme en een innerlijk
saamhangend organisme moet
te
scherper gelet, naar gelang dit verschil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's