Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 129

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 129

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

ONDER ONS GEWOOND.

gemeenschap volkomenlijk

te

loochenen

viel,

125

zou het doel bereikt

zijn.

Maar juist dat doel viel nimmer te bereiken, en is dan ook niet bereikt. Dat Maria geboren is uit den wil des mans blijft, en hiermede blijft de band bestaan, die haar aan de erfschuld bindt. Ging men toch zoover om ook dien laatsten band door te snijden (en dan eerst was men er), zoo zou heel het verlossingswerk overbodig worden. dat Maria uit den wil des

mans en nochtans

Ware

het toch denkbaar

buiten alle contact

met de

had God de kinderen van Adam en Eva slechts op gelijke wijze moeten doen geboren worden, om, buiten heel het verlossingswerk om, de gevolgen van den val te vernietigen. De moeilijkheid hier is derhalve, dat men, om zijn doel te bereiken, eiken erfschuld, ontvangen en geboren ware, zoo

saamhang tusschen de maagd Maria en de zonde volkomenlijk te niet moet doen, en dat men juist dit niet kan zonder de geheele Vleeschwording overtollig te maken. Intusschen waar Thomas van Aquino zelf getuigt, dat de Heilige Schrift ons omtrent deze beweerde onzondigheid van de maagd Maria niets leert, is onzerzijds hierop niet nader in te gaan. Dit toch zou zijn naast de Heilige Schrift een tweede kenbron der mystieke waarheid stellen; iets wat we niet mogen. Genoeg dan ook, zoo uit het aangevoerde maar duidelijk blijkt, dat dus ook de „gemeene gratie", als zoodanig, aan de essentieele heiligheid in de ontvangenis van den Christus niets af of toe kon doen. De heiligheid dier ontvangenis volgt essentieel uit de Godheid van den Christus, en wat de wijze van totstandkoming laten

betreft uit de ontvangenis

van den Heiligen Geest, en

uit

haar aDeen.

Maar geheel anders staat het met hetgeen Johannes in de tweede plaats dat het Woord niet maar vleesch is geworden, maar ook onder ons heeft gewoond. Dit platweg op te vatten, als werd er alleen meê gezegd, dat Jezus te Nazareth, te Kapernaüm enz. tijdelijk zijn verblijf hield, ware geheel in strijd met de geestelijke strekking van geheel dit eerste stuk van Johannes' Evangelie, ja, zelfs met de door hem in het betuigt,

oorspronkelijk gekozen woorden. Letterhjk toch staat er: Hij heeft onder

ons getent,

zijn

opgeslagen,

tente

als

in een tent onder ons verkeerd.

Huis en tent nu duiden op een voor ieder tastbare tegenstelling. In zijn huis woont men als in een vaste plaats, waar men te leven heeft, en daarentegen slaat men zijn tente op, waar men slechts tijdelijk vertoeft. Zoo noemt Petrus zijn eigen lichaam een tent, als het heet in 2 Petr. 1:13: „Zoolang ik in dezen tabernakel ben", waar eveneens hetzelfde woord gebezigd wordt, dat in Joh. ditzelfde

woord tent

Hier verkeeren

we

1

:

14 staat.

of tabernakel in

En ook

in 2 Cor. 5

:

1

v.v.

wordt

voor ons aardsche lichaam gebruikt.

den tabernakel, na onze opstanding zullen we

ons verheerlijkt lichaam „een gebouw van

God hebben, een huis

niet

in

met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's