In Jezus ontslapen - pagina 258
„DAT IK MIJNEN DOODE BEGRAVe".
242
Het graf zegt liet u zoo welsprekend aaii hoe kleiii en nietig de hnlpelooze menscli, en lioe ontzettend groot in zijn almachtigheid de Heere onze God is. Machteloos stierven onze doodeii in den dood weg, en schier nog pijnlijker machteloos stonden wij bij hun sterveussponde. Nooit worden we zoo diep vernederd in onze onmacht, als wanneer de dood in onze vensters inklom. Dan helpt geen energie van den stervende meer en geen hartstocht van helpende liefde en geen kunst van den kundigsten geneesheer. Al het meuschelijk vermogen bezwijkt dan eu zinkt in, en God is alleen groot in zijn ons verschrikkende majesteit. En dit juist komt nu in het graf tot uitdrukking. Eerst is er nog eenige zorge, die aan het teedere overschot onzer dooden wordt gewijd. Men zou hun lijk nog bij zich willen houden. Er nog iets ten goede aan doen. Maar ook dit stelt teleur, en ras is het oogenblik daar, dat we onze dooden uitdragen, en als symbool van onze algeheele vernedering hun lijk diep in de groeve doen wegzinken het met aarde toedekken, om dan huiswaarts te keeren, zonder het pand der liefde dat ons als ingeweven was in ons hart. En in zulk een oogenblik zoudt ge wierook voor den mensch willen ontsteken, op zulk een heilige plek een monument van menschelijke grootheid doen verrijzen? Maar immers dat zou weerzinwekkend voor het geloof zijn. Laat men desnoods knielen op het graf, en er de rouwe van zijn hart lucht geven, maar groot blijve bij de geopende groeve en op den doodenakker. God de Almachtige, die Heere van dood en leven is, en Hij alleen. ,
,
,
,
Te meer dringt het graf daartoe, omdat er achter het graf nog zooveel hooger ernst ligt dan dit graf zelf ons op het hart werpt. Het graf is niet de eindpaal. Eens zullen de graven geopend worden. Het graf is als een voorportaal dat ons in zal leiden tot de vierschaar, die eens door Christus over alle dooden wordt ,
,
gespannen. Het graf besluit het leven wel, maar sluit niet de verantwoording af, die we over dat leven voor den rechterstoel van Christus zullen te geven hebben. We gaan met ons sterven wel dit leven uit maar de photographie van dat leven gaat met ons van heel ons leven van onze prilste jeugd af. tot aan den dag van ons sterven toe. ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's