In Jezus ontslapen - pagina 242
-VOOR DEN RECHTERSTOEL
226
VAJs^
CHRISTUS
Tan eeu publiek voor allen hoorbaar vonnis sprake zon knnnen zijn en zooveel meer komt ons niet toe. Gissen baat liier niet. Al wat ons goed en noodig was te weten, is ons geopenbaard, maar de grenzen van dit geopenbaarde zullen we dan ook niet overschrijden. In de toestanden die dan intreden, zal elke verhouding zoo geheel anders worden dan thans zal de waarneming en de gemeenschap een zoo geheel ander karakter dragen: dat ons elk begrip over wat het dan zijn zal toch ontgaat. Wat Jezus zegt dat de menschen zelfs van elk ijdel woord dat ze gesproken hebben, rekenschap zullen geven, gaat al ons begrijpen zeer verre te boven. Eu toch sta hier de vraag: Zou Jezus dit zoo stellig verklaard hebben, als het feitelijk op niets zou ,
:
:
:
,
,
uitloopen V Juist de vergeestelijking van al wat op het Laatste Oordeel betrekking heeft heeft teweeg gebracht dat verreweg de meesten ophielden met dat Laatste Oordeel als met een werkelijke gebeurtenis te rekenen terwijl toch Jezus en de apostelen omgekeerd geen middel onbeproefd laten, om het ons zóó werkelijk en reëel als het zich slechts even denken laat, voor te stellen. ,
,
,
Of dan
zij die in Jezus ontsliepen niet reeds gerechtvaardigd hoe het dan kan, dat wie de vrijspraak reeds ontving toch nog in het Oordeel komt? Op die tegenwerping ligt het antwoord gereed.
zijn?
,
En
De vi'ijspraak doorloopt hier verschillende trappen. Eerst is de vi'ijspraak in de gedachten van den Rechter. Dat is het voornemen om vrij te spreken. Datgene dus wat men genoemd heeft de rechtvaardigmaking van eeuwigheid. Niet eerst later komt God tot de ontdekking, dat gij vrijgesproken moet worden. De feiten waarop de vrijspraak zal moeten rusten, worden Hem niet eerst later bekend. Integendeel, alle beweegredenen van het vonnis uwer vrijspraak zijn in het eeuwig voornemen aanwezig. Gij zijt van eeuwigheid als eeu die vrij zal gesproken ,
bij uw God bekend. Een geheel andere trap in uw rechtvaardigmaking
worden,
is
het, als
de bekeering het vonnis der verdoemenis u ter nederwerpt, en alsnu in het geloof het vonnis der vrijspraak aan uw ziel betuigd en door u in eeuwigen jubel aanvaard wordt. Dat is de onderwerpelijke rechtvaardigmaking door het geloof. Dan weet God het, eu gij weet het. Maar daarom is het ook zoo nog niet tot een publieke vrijspraak geworden, eu dit toch
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's