De gemeente gratie - pagina 99
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
95
DE GEMEENE GRATIE EN DE PRAEDESTINATIE.
alle
helderder inzicht in de voorverordineering belemmerd heeft, en oorzaak
werd, dat,
om
slechts dit ééne te noemen, de Verbondsleer en de leer der
Voorbeschikking, als uitgangspunten van twee strijdige lijnen werden aan-
De oorzaak van deze onvolledigheid lag intusschen dieper, en wel daarin, dat men bij de voorbeschikking in zijn gedachten ook over de
gemerkt
schepping heensprong, en hierdoor verzuimde te letten op het verband tusschen de van
God ons toekomende genade en de ons
oorspronkelijk
van God gegeven natuur. Wel werd over dat verband gesproken bij de leer van de zonde, en bij de leer van de wedergeboorte en de heiligmaking maar het werd weggelaten als men aan het leerstuk van de Voorbeschikking toekwam. Een gemeene fout van heel onze oude leerstellige Godorganische eenheid, als één dogmatiek, maar als
geleerdheid, die niet in
een bundel losse en op zichzelf staande leerstukken, werd genomen. Zoo
had men een leerstuk van God, en een leerstuk van Christus, en een leerstuk van de Heilige Schrift, en een leerstuk van de Kerk en zooveel meer, maar op het onderling verband dat deze onderscheidene leerstukken
Nu had zekere overgeom de onafzienbare reeks
saambond, werd niet genoegzaam acht gegeven. leverde gewoonte er de theologen aan gewend,
kwamen, groepsgewijze onder deze onderscheidene hoofden in te deelen. Van elke vraag of quaestie van dien aard, wist men onder wat leerstuk ze dusver waren behandeld, en die oude usantie bleef men volgen. Iets wat zóóver werd
van
allerlei
vragen, die in de dogmatiek aan de orde
getrokken, dat
b. v.
de leer der wedergeboorte, die toch waarlijk wel een
afzonderlijke bespreking waardig was, langen tijd deels
de kerk werd afgedaan.
bij
eenmaal, ouder gewoonte,
Was nu
bij
het geloof, deels
zulk een stuk of zulk een quaestie
een ander dogma afgehandeld, dan
het in niemands gedachten op,
om
ook
bij
kwam
het leerstuk van de Voorbe-
schikking hiermede rekening te houden, en zoo
de schepping en herschepping
bij
is
op het verband tusschen
de bespreking van dit dogma bijna
bij
ganschelijk niet gelet.
Slechts onder één gezichtspunt
schepping sprake geweest,
t.
w.
is
bij
bij
het
de voorbeschikking ook van de
opkomen van de
vraag, of
men de
Benedenvaldrijvers, of de Bovenvaldrijvers in het gevlei zou komen. Hoe,
zoo vroeg
men
zich
af,
heeft God, toen Hij het besluit der praedestinatie
nam, de personen voor zich gezien,
of voor zich gesteld, als
reeds geschapen en gevaUen waren, of wel
als
personen die
personen, die nog eerst
geschapen stonden te worden. Een uiterst gewichtige quaestie, maar die op de \\'ijze waarop ze werd voorgesteld, noch verder hielp, noch tot oplossing
was
te
brengen.
Een
ieder toch,
die
van
's
menschen
zijde
dit
vraagstuk bezag, moest wel zonder aarzelen, met Walaeus de verkiezing
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's