De gemeente gratie - pagina 312
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TWEEËRLEI
308 die in onze beeldspraak
omgezet zeggen
voor een zeer klein gedeelte in staat
volkomen zuivere beweging van God gewilde richting
wil,
om
is,
uit zich tot
te
IK.
dat ons herboren
ik,
niet
dan
één enkele levenslijn weer met
aan den buitensten omtrek in de
doen doorloopen.
dit nu iets ook maar aan het ik in zijn binnenste kern? Dat kan maar één van beide zijn, naar God toe of van God afgekeerd. Het kan staan in ongeloof of in geloof. Een derde is er niet. Nu stond het afgekeerd en in ongeloof, maar de wedergeboorte was juist die daad Gods, die het afgekeerde ik weer naar God toeboog. En in die toebuiging heeft tevens dit plaats, dat God ons ik dan voorgoed vastzet. Wederom afkeeren is dan onmogelijk. Een herborene kan niet wederom
Verandert
Stellig
tegen
niet.
God gaan
kiezen.
Er
is
volharding der heiligen. Zien
we dus
af
van
de neiging, van het bewustzijn, van het willen, en evenzoo van heel den leversom trek en van de levenslijnen, die daarvan uitgaan, en letten we uitsluitend op het verborgen ik van ons wezen in de diepste kern van onze
dan
persoonlijkheid,
is
wat dood was levend gemaakt, wat krank was
geheel gezond geworden, wat onder den toorn lag in den glans des wel-
behagens komen
en
te staan,
is dit ik
volstrekt heilig.
Dat
is
het dan ook
wat de apostel op het oog heeft, als hij zegt, dat een iegelijk die uit God is, niet meer zondigt, ja zelfs niet meer kan zondigen, overmits het zaad Gods in hem blijft. Dat verborgenste, binnenste ik is geheel heilig en dus onzondig geworden. Meer nog, het is van alle zonde afgesneden. Het is niet meer in staat om wederom te vervallen. Het is geneigd tot alle goed nu onbekwaam tot alle kwaad. Het is zoo heilig als het m eeuwigheid worden kan. Het heeft het eeuwige leven van God ontvangen. En het is dan ook dit herboren ik waarin de Heihge Geest woont, waarmee geboren
de Heilige Geest gemeenschap heeft, en dat alleen uit den Heiligen Geest zijn
aandrift
ontvangt. Ja,
in de verborgenste
om
er ook dit
nog
bij te
„Zoo doe ik ditzelve niet meer, maar de zonde die
nog
allerlei
zijn
zijn
alle
is dit
ik
in mij
woont." Er gaat
hem uit. Die zonde moet dus nog in hem zijn. van hem uitgaan. Maar toch, die zonde komt niet meer die zonde komt uit heel iets anders. Voor God gezien
zonde van
Anders kon ze uit
voegen, het
kern van ons wezen, waarvan de heihge apostel zegt:
niet
diepste ik,
wedergeborenen
heilig,
en heeten ze saam
„c/e
heiligen die in
Corinthe, de heiligen die te Thessalonica zijn," enz.
Staat dit uitgangspunt nu vast, dan
aan de orde, op wat wijs het zich uit in uit:
komt
in
de tweede plaats de vraag
dit heilige in zijn stralen
zijn diepste ik, niet
gebroken wordt, zoodra
naar boven naar God, maar naar buiten
de wereld wil uiten. Er gaan toch van dat ik tweeërlei bewegingen
de éene, geheel mystiek, rechtstreeks naar God, en de andere naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's