Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 211

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 211

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

2 minuten leestijd

ONMIDDELLIJKE WEDERGEBOORTE.

en nooit

zal

men daarom

207

met het Evangelie voor zich toegeven, mogen denken: Mijn zonden zijn te groot dan

onzerzijds,

dat ooit eenig zondaar zou

dat ze vergeven worden. Dat is de Kaïnsgedachte, niet de grondgedachte van het Evangelie. Integendeel, de grondgedachte van het Evangelie is juist omgekeerd, dat de diepst gevallene genade kan vinden, dat we nooit aan de toebrenging ook niet van den verst afgedoolde behoeven te wan-

hopen, en dat juist

zij

die

„vermoeid en beladen"

zijn,

tot

den Heiland

geroepen worden. Dat er verharding en verstokking kan intreden, staat

maar over dat stadium

vast,

in

het leven van den zondaar wordt hier niet

gehandeld. Immers verharding en verstokking treedt nooit in dan juist in

de worsteling tegen de genade.

Onze kerk kon nooit anders leeren krachtens haar

belijdenis omtrent

het karakter van de zonde in den mensch. Stond ze op het Pelagiaansche standpunt, dat

de zonde uitsluitend te rekenen valt met onze zondige

bij

komen

daden, zoo zou de zaak anders

met de Heihge

nooit. Zij zocht steeds

te staan.

en dus sohdair verantwoordelijk, niet is

leerde onze kerk

Schrift de oorspronkelijke, de beslis-

sende schuld in den val van Adam. Ze

Er

Maar zoo

nam

menschdom

het

als

één geheel

een saamvoeging van eenlingen.

als

erfschuld. Die erfschuld is voor allen gehjk.

En

in die erfschuld ligt

het doodelijke, overmits we, krachtens die erfschuld, allen in zonde ont-

vangen en geboren worden. Vandaar onze onzer kinderen, dat

we

belijdenis bij

den heihgen Doop

verklaren te gelooven, dat ook deze nog onnoozele

kinderkens, zoogoed als wij zelven, in zonde ontvangen en geboren, en

daarom allerhande ellende, ja, der verdoemenis onderworpen zijn. De vraag, tot welken trap zich deze aangeboren zonde in de onderscheiden personen ontwikkelen

zal,

beheerscht alzoo de zaak

niet.

Die ontwikkeling

kan in den één zeer ver gaan, bij een ander door genade gestuit worden, maar heiden staan voor God, wat hun erfschuld en erfzonde betreft, vol-

komen

gelijk.

en worden

„Zij

om

hebben

allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods,

„Er

niet gerechtvaardigd."

grond nu van deze belijdenis

die

zijn

geen onderscheid."

mag men, met de

niet willen staande houden, dat de ééne

de wedergeboorte zou

is

Op

Heilige Schrift voor zich,

mensch geschikter voorwerp voor

dan de andere; en dus ook

niet,

dat genade,

den zondaar de vereischte ontvankelijkheid, om wedergekunnen worden, zou aanbrengen. Aan de wedergeboorte gaat

voorafging,

boren te

niets vooraf dan de geboorte in zonde en

En evenmin mag ook maar een

onder de verdoemenis.

oogenblik het tweede worden toege-

mede sou

alsof de mensch zelf, werken om de wedergeboorte

of iets

doen slagen. Ware

dan voorzeker zou er ook voorbereidende

geven,

dit

aldus,

tot

van menschelijke

zijde,

stand te doen komen, of te beter te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 211

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's