De gemeente gratie - pagina 551
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN. antwoorde voor God de
stellig niet
niet
wel zooveel hedacht
zijn
meubelen,
Ook
als
547
minder ernstige vraag, of
hij
geweest op het verzekeren van
is
misschien huis en
zijn
op het verkrijgen van de verzekerdheid des geloofs.
de geschriften onzer vaderen wordt telkens en telkens weer van
in
de verzekering, en het verzekerd zyn gehandeld, maar dan slaan deze
woorden
altoos,
niet op
wat men thans noemt „levensverzekering", maar
„verzekering ten eeuwigen leven". Vastheid, zekerheid wilden ook
op de
de Gereformeerde vaderen
vanouds.
Het
her-
derwaarts geslingerd
en
worden, was hun tegen. De eindelooze sHngering bestraften ze
juist in
Pelagiaan en Arminiaan. Edoch dan pasten ze die zekerheid, die verzekering, die
vastheid des levens allereerst op
op hun
lot
En
als
toe.
hun
hart, op het leven
hunner
ge met dien maatstaf in de hand, ons tegenwoordig geslacht zeg
beoordeelt,
ziel,
Wezen
voor eeuwig en op hun verhouding tot het Hoogste
zelf,
moet dan
niet telkens geklaagd, dat de verzekering,
men
de zekerheid, de vasthield die
thans zoekt, zich zoo bijna uitsluitend
op huis en meubelen, en op het overblijven van vrouw en kinderen en dat de vraag:
„Zijt
ge verzekerd van
leven?" telkens en telkens door
veel, o,
uw
richt,
uitverkiezing ten eeuwigen
anders zoo lieve Christenen, met
een onzeker hoofdschudden beantwoord wordt? Ze hopen het, ze durven het soms van de liefde Gods vertrouwen, maar verzekerd van hun neen, zijn
dat
zijn
ze
nog
niet.
Dat waren ze
tien jaren
ze nog niet, dat zullen ze over twintig jaren
hun sterven
zullen ze
nog
geleden
heil,
niet,
niet zijn, en
dat
nog
in
wel bidden, en zuchten, maar vreemd blijven aan
het apostohsch belijden: Wij weten dat we overgegaan zijn uit den dood
in het leven.
Onder deze tegenstelling nu dient het dwepen met stoffelijke verzekering worden afgekeurd. Wie schrikken zou als er brand kwam, en zijn inboedel was niet verzekerd, maar er vrij meê heen loopt, en het zich niet aantrekt, dat, als er morgen doodehjke krankheid in zijn huis uitbreekt, zijn kinderen niet verzekerd zijn tegen de schade van eeuwige verdoemenis, en dus geen verzekering ten eeuwigen leven hebben, die mag niet zeggen dat hij zelf goed voor God staat. Veeleer blijkt hij dan zeer stellig te
meer aan den
Mammon
te
hangen dan aan God. Dit
te kras gezegd, en als zoovele
name hoogte neerzien op
is
kras, en toch niet
meer ontwikkelde Christenen van hun
veel
voor-
Christenen in lager kringen, die voor de
verzekering tegen brandschade nog aarzelen, maar niet rusten eer ze de geloofsverzekering ten eeuwigen leven hebben gevonden, dan
meer ontwikkelde Christenen zullen gaan
zich afvragen, of die
in het Koninkrijk der
mogen deze
anderen hen niet voor
hemelen. Wij althans wenschen in ons
Gods bedoelt, en slechts in de tweede met maatschappelijke vraagstukken, geen woord over
blad, dat in de eerste plaats de eere
plaats zich inlaat
het Verzekeringswezen te schrijven, dat aan de noodzakelijkheid
om
zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's