De gemeente gratie - pagina 388
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZIENIGHEID EN SCHEPPING.
384
God
is
goed, en
Rome Nero dan
is
zich
als
op het kruis van Golgotlia de Christus
als
keizer verdierlijkt en in schandelijkheid wegwerpt,
dan was God ook
Zoo
die Christus
in alles en in allen
men, hoe ontzettend groot het gevaar
ziet
en te
was ook God, maar
voor een deel maar geheel, en moest ook
in Nero, niet
Nero zoo wezen, omdat God
die
want
die Christus goed, natuurlijk,
sterft,
is,
goed
zoo
is.
men
bij
den eersten
grondslag der dingen ook maar één schreef van het rechte spoor afwijkt.
Het
is
als
schijnen
ze
met twee lijnen, die aanvankelijk zoo saam te vallen, maar toch iets, o, zoo
dicht bijeen liggen, dat
weinig,
maar toch
iets
afwijken, en zich afbuigen in tegenovergestelde richting, de ééne iets naar rechts, de
andere
naar
iets
uiteenloopen, eerst één
el,
En nu behoeft om al spoedig
links.
door en verder te trekken,
al
dan tien
ellen,
ge deze beide lijnen maar te
merken hoe
ze geheel
dan een kilometer, straks duizend
kilometer uiteengaan, en ten slotte in het oneindige van elkaar afwijken. Bij
onze spoorlijnen ziet
station
men
dit
zoo vaak.
Twee paar
rails, die in
het
maar het ééne paar rails strekt naar dit nu ziet men ook hier; zoo men gewichtig punt ook maar even van de goede, juiste lijn afgaat, moet op één paar
rails uitloopen,
Madrid en het andere naar Moskou. En op
dit
wel het eind
zijn,
dat ge ten slotte geheel en al van het pad der waarheid
had God ons daarmede een komt uit bij het Pelagianisme en ten slotte bij Deïsme en Atheïsme. En omgekeerd wie de Scheppingopvat als ware ons daardoor geen zelfstandig bestaan met al gegeven, verloopt.
Al wie de Schepping verstaat,
als
zelfstandig bestaan in onszelven gegeven,
verloopt in zondige mystiek en Pantheïsme.
En
recht gaat ge alleen dan,
zoo ge heide waarheden even beslist vasthoudt, ten eerste, dat wel terdege
de Schepping een zelfstandig bestaan aan de dingen buiten het Wezen
Gods verleende; maar ook ten tweede, dat dit zelfstandig bestaan buiten Wezen Gods alleen mogelijk is, doordien het van oogenblik tot oogenblik rust in den wil en in de kracht Gods. Al het onderscheid ligt dus daarin, dat ge het Wezen Gods en de kracht Gods scherp onderscheidt. Schepping is iets daarstellen buiten het Wezen Gods, maar zóó dat het alleen door de kracht Gods bestaat en voortbestaat. Zoo juist getroffen en het
zoo klaar uiteengezet
is
het daarom, als onze Heidelbergsche Catechismus
de Voorzienigheid ons als „de alomtegenwoordige en almogende kracht
Gods"
beschrijft.
zienigheid
ligt
Immers het onderscheid tusschen Schepping en Voor-
dan
in
ditzelfde verschil De Schepping brengt God komen, de Voorzienigheid veroorzaakt, buiten God zijn, buiten God stand houden, edoch
precies
teweeg, dat de dingen er buiten dat de dingen die er alleen door
God en door
Nog anders kunt ge
zijn kracht.
dit
in
dezer voege uitdrukken, dat de Schepping
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's