De gemeente gratie - pagina 625
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
621
DE VERTOONING VAN HET BEELD GODS.
Gods
uit
besluit
kwam, en geheel door God onder
zoo breede afmetingen aannam, en zoo
kroon ophief. Veeleer
dan de vraag niet
is
alle
rijk vertakte,
te
volken geleid
is,
zoo dichtgelooverde
onderdrukken, of een een-
voudiger levensontwikkeling ons geslacht niet veiliger geleid had. Ver-
van het leven voerde door weelde telkens tot zondige ontwikkeling, we hoe de vroom gestemden zich uit dat rijk ontplooide leven in de bidcel, in het klooster, of in den afgesloten kring door „de
fijning
en telkens zien
mijdinge" terugtrekken. Pijnlijke ervaring leerde telkens weer, dat niet altoos deze
behoud was.
stroom van het verfijnde en verrijkte leven middel tot zielsZelfs onder Modernen ziet men thans iets van dit ascetisme
terugkeeren, en in den strijd tegen den alcohol
Beschouwt men
kenbaar aanwezig. sluitend
met het oog op het
hetzelfde spoor onmis-
is
derhalve de historie der eeuwen
einddoel, dan
blijft
de rijke ontwikkeling van
ons menschelijk leven niet alleen onverklaard, maar
vermoeden dat
weg
in den
zonde
stellig
die rijke ontwikkeling
stond.
Bij
minder
zijn
minder
rijke
uit-
rijst zelfs
zeer sterk
aan het bereiken van dat einddoel ontwikkeling zou de verleiding tot
men
geweest. In de verfijnde levenskringen stuit
nu nog op de meest tergende goddeloosheid. En omgekeerd vindt ge nog altoos het meeste prijsstellen op Gods waarheid onder hen, die van deze fijnere
We
ontwikkeling verre staan.
Der eeuwen lange loop staat zeer zeker óók in verband met het moeten geboren worden van alle kinderen der menschen, die saam ons menschelijk geslacht zullen uitmaken. Die lange loop er dus nog niet.
zijn
heeft ongetwijfeld óók zijn beteekenis voor het getal der uitverkorenen
dat vol moet worden. Die loop strekte in
om
in steeds voller zin alle
menschen
vijand,
we
hier te
en
rijpe
zijn
langen duur buiten
middelen te ontdekken, die het
kunnen tegengaan. En ook wordt
kijf,
óók
lijden, als
der
grif toegegeven, dat
doen hebben met een proces, aan het proces dat zaadkorrel korenaar verbindt niet ongelijk, en dat afgaat op een einddoel.
Maar ook
al
wordt
dit
alles
erkend en ingezien, toch verklaart
dit alles
ons nog niet den hoogen rijkdom, de schittering van deze menschelijke ontwikkeling. Zoo
men
wil wel haar langen
duur en uitgestrekten loop
over eeuwen, maar niet het breed getakte, het keurig ontplooide van deze ontwikkeling.
rijk
getinte, het fijn
Waar dan nog
en
komt, dat het
bij
geboren worden van die eindelooze massa menschen, die op zeer lagen trap van ontwikkeling en van geluk geboren woorden en heensterven, een raadsel op zichzelf
blijft,
en zich altoos weer de vraag opdringt, waarom
het getal der uitverkorenen niet in enkele eeuwen kon
Altemaal vragen, waarover die
toch op den bodem van ons menschelijk leven
leven, ook in
zijn
saamgetrokken.
men wel omiadenkend heen kan
vrome kringen, zekere
richting geven.
liggen,
glijden,
maar
en die aan dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's