De gemeente gratie - pagina 83
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONGETEMPERDE WERKING VAN DEN VLOEK. waarlijk strekken
spijze
moge
tot sterking
van
stand bevordere, en u de energie vernieuwe
79
uw levenskracht, uw om uw God in het u
bevolen werk te dienen. Is dat de uitwerking van de
spijs die
welaan-
ge naamt,
dan heeft God die spijs gezegend. En zoo is het in alle ding: bij uw werk, bij uw ondernemen, bij uw levenskeus. Niet alsof ook niet tegenspoed zich er in
Dan
mengen kon. Gestadige voorspoed
is
kenmerk van
allerminst
toch zou een bordeelhouder die straks
rijk
zegen.
wordt, bovenmate in dien
zegen deelen. Neen, de zegen strekt zich uit over ons leven, over ons
Ge moet om kunnen spreken niet letten op het succes in deze of gene afzonderlijke zaak, maar over het geheel van uw leven in onderling verband, in verband zelfs met het leven van uw kinderen in een volgend geslacht, en u dan afvragen, of uw uit- en inwendig leven wel strekt, om uzelven en uw kinderen persoonlijk Gode nader te brengen en des eeuwigen levens te verzekeren, ja, of ge, onder die genade verkeerende, een levensexistentie leidt die de zake Gods bevordert, zijn koninkrijk komen doet. Zegen is er, als het gaat naar de zes beden van het Onze Vader, vloek als het tegen die beden ingaat. aanzijn,
over ons doen en laten in samenhangend verband.
van zegen
Nu
te
echter de gewichtige vraag, of dit alleen slaat op het
hierbij
rijst
existentie, of ook op het lichamelijke, stoffelijke en nu ontkent de Doopersche. Neen, zegen en vloek vindt op geestelijk gebied, en alle samenhang en verband tusschen het
geestelijke in onze
En
uitwendige. hij
alleen
geestelijke
het
in-
en
dit
stoffelijke,
tusschen het zichtbare en onzichtbare, tusschen
en uitwendige ontgaat hem. Daar heeft
komt het
hij
oog noch oor voor. Dit
duidelijkst uit in het Sacrament. In alle
tweeërlei, iets dat geloofd
en
symbohsch, en het mystieke bestaat tusschen beide gelegd
is.
tusschen de
ziel
juist in
en den geest
is
er
de organische verbinding, die
Als menschen bestaan
Niet driedeehg, maar tweedeelig.
sacrament toch
dat gezien wordt, hetzij reëel, hetzij
iets
Want
w^el
mag
onderscheiden
te
we
uit ziel
niet is,
en Kchaam.
ontkend dat ook
maar
niet alsof dat
twee afzonderlijke samenstellende deelen van ons menschelijk wezen waren. Er zijn niet drie, er zijn slechts twee principiëele elementen: het stoffelijke en het geestelijke, en het
om om
is
uit
dien hoofde ganschelijk ongerijmd, niet
ook het geestelijke van het natuurlijke lichaam,
ziel
te
onderscheiden,
maar wel
en geest als drie op zichzelf staande samenstellende deelen
van onze menschelijke existentie op te vatten. Doch al zijn we hchaam en ziel, stof en geest, die twee zitten niet los in elkaar geschoven, maar bestaan in organisch verband. Niet door de zenuwen, want de zenuwen zijn stof, maar wel op het ons onbekende punt, waar de zenuwen aan de ziel raken en de
ziel
de zenuwen
grijpt.
Nu mogen we daarom
lichaam en
ziel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's