In Jezus ontslapen - pagina 102
,DAT GELIJK HIJ
86
IS
OOK WIJ ZIJn".
zonde niet anders zijn dan de voltooiing van uw heiligmaking. We voegen er bij, dat liet iets zijn moet, dat plotseling geschiedt. Immers zoolang er nog bewustzijn en adem om te spreken is, houdt het gebed om genade nog aan: iets wat na de afsterving van de zonde geen zin meer zou hebben. Ook is veler dood als een bliksem die inslaat, door een moord of een beroerte. En aan den anderen kant moet zóó als de adem weg is, de afsterving van de zonde voleind zijn. Want we spreken hier van iemand die ten hemel ingaat, en niemand gaat als zondaar den hemel binnen.
Ook dit nog. Er is onder de verkorenen
De één
die
sterven
,
groot onderscheid.
oud en wel bedaagd met een zondig leven vóór zijn bekeering, en veel zonde in zijn leven na zijn bekeering. achter zich. Een tweede gaat de eeuwigheid in, toen juist de wereld zich voor hem ontsluiten zou en hij juist voor de wereld gereed was. Een derde sterft als knaap of jong meisje. Een sterft
,
vierde
nog jonger. En
eindelijk
zijn
er
ook, die reeds in de
wieg de oogjes voor altoos luiken, of die doodgingen eer ze nog in het wiegje werden neergelegd. Dat alles nu maakt verschil groot verschil. Bij den één bewustzijn van zonde, kennis van zoude, bittere heugenis van zoude; bij den ander geen enkele zonde ooit gezondigd en geen zonde ooit gekend. En al mag nu de „afsterving van de zonde" daardoor in den vorm bij den een en den ander verschillen, in den grond moet ,
ze toch
bij
allen dezelfde zijn.
bij een bloemeken van één dag en van tachtig en meer jaren.
Dezelfde
bij
een grijsaard
hm
de afsterving der zonde in niet anders beZoo bezien staan, dan dat ge door den dood uit het verband met deze wereld ivordt losgemaakt. Denk maar wat de Schrift u zegt yaii eemüedergeboren2Jersoon. Zulk een persoon ontving in zich ,het zaad Gods". Dat zaad Gods bleef en blijft in hem, en kan nooit weer uit hem weg. En dat zaad in hem maakt dat hij nooit meer zondigen_ kan. Of ook denk aan wat Paulus van zichzelf betuigde. Hij zelf deed het kwaad niet meer, maar de zonde die nog als een ,
vreemdeling bij hem inwoonde. Opmerkelijk in dit verband is ook wat Jezus tot zijn discipelen zeide: „Gijlieden zijt nu rein
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's