De gemeente gratie - pagina 267
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
263
DE VOLKSKERK. kerkelijk leven
Juist dit
uit,
en maakte deze burgelijke levensuitingen zelfstandig.
echter had tengevolge, dat
men
gewend
er aan
raakte,
om
in
deze levensuitingen verschijnselen te gaan zien, die vijandig tegen de kerk overstonden, en immers wapenen voor het ongeloof waren. Dit ging nu nog, zoolang de menschelijke, niet-kerkelijke arbeid zich hield
met min
of
meer
geestelijke verschijnselen, als
:
bij
voorkeur bezig
letteren, kunst, rechts-
Maar anders kwam het te staan, toen in onze bij voorkeur op de natuur wierp, en er in slaagde op alleszins uitnemende vdjze de macht van den menschelijken geest over de natuur uit te breiden en te bevestigen. Voor ons was dit geleerdheid, staatkunde enz.
eeuw deze wetenschap
zich
geen hinderpaal. Wij toch belijden, dat het telijke
heeft,
religie
is,
die de
gemeene
juist
de invloed van de Chris-
gratie ook op dit punt derwijs gesterkt
dat juist in de Christelijke deelen der wereld de heerschappij over
in het Paradijs was toegekend, en sinds teloor ging, weer op zoo aanmerkelijke wijze ons is teruggegeven; nu niet instinctief als in het Paradijs, maar als vrucht eener arbeid in het zweet onzes aanschijns. Wij op ons standpunt juichen deze uitbreiding van 's menschen
de natuur, die ons
macht over de natuur dus toe, danken er God voor, en profeteeren dat ze nog veel verder zal gaan. Dit alles is ons de vrucht van de gemeene gratie, en we belijden, dat deze gratie daarom zoo wonderbaar door kon werken, omdat de verborgen kracht der Christelijke religie haar gesterkt en bewaard heeft, om den geest des menschen steeds meer van den vloek te
bevrijden.
Maar op het standpunt der Volkskerk
staat dit natuurlijk
gansch anders. Met name die ontwikkeling der natuurlijke wetenschappen valt geheel
buiten de kerkelijke sfeer, en daar ze nu van genade buiten
de kerkelijke sfeer niets afweet, moet ze één van beide doen: zooveel ze aan
óf,
voor
het geloof vasthoudt en hemelsch van aard wil blijven,
deze ontwikkeling van onze macht over de natuur met wantrouwen aanzien
en vijandig bejegenen; oftewel, voorzoover ze het geloof loslaat, ont-
kennen dat er op de natuur een vloek
rust,
en het bederf van onze
menschelijke natuur door de zonde loochenen, of althans verzwakken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's